Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toe en zelfs werd aan het bestaan van zwangerschap getwijfeld, totdat deze ten laatste als onwaarschijnlijk werd aangenomen, toen op zekeren dag een darmlis werd ontdekt, die over den tumor liep (zie foto I). Toen hij opblazen van den darm duidelijk werd, dat deze darmlis het colon descendens was, moest een retroperitoneale tumor worden vermoed. Toch voelde men telkens weder allerlei kindsdeelen in het gezwel, o. a. duidelijk schedelbeenderen en puntige extremiteiten. Deze bewogen zich niet, en de vrouw gevoelde den laatsten tijd ook geen leven meer: de moeilijkheid, de ligging vaneen dooden, wellicht gemacereerden foetus te bepalen, is aan ieder wel bekend! Eerst na veel moeite gelukte het den uterus afzonderlijk te betasten en de zekerheid te verkrijgen, dat deze niet rechtstreeks met het gezwel samenhing. Er kon dan nog gedacht worden aan een buiten de baarmoeder gelegen vrucht; de grootte van het gezwel eischte dan wel een voldragen, extrauterien gelegen tweelingpaar, waarbij dan het ongewoon verplaatste colon descendens het beeld ernstig verduisterde! Zelfs aan een monstrum moest worden gedacht. De verhouding tusschen gezwel en colon wees echter op een niergezwel. Er waren evenwel geen afwijkingen gevonden inde urine, ook niet wat de hoeveelheid betreft, en ook de vrouw zelf had niets waargenomen, dat in die richting licht kon geven; daar zij volhardde bij haar mededeeling, dat het lichaam zich geleidelijk had uitgezet, naarmate de „zwangerschap” vorderde, en dus alleen aan een snel groeiend niergezwel kon worden gedacht, een sarcoom dus, bevreemdde de afwezigheid van roode bloedcellen inde urine. Links boven puilde onder den ribbenboog nog een gezwel uit, dat zich tot inde nierstreek onduidelijk liet betasten, en dat zoowel een gezwollen nier als een gezwollen milt kon voorstellen. Yan cystoskopisch onderzoek zag ik af; functioneeren van den linker ureter kon even weinig gewicht inde schaal leggen als niet functioneeren. Met de overtuiging, dat op anatomische gronden alleen aan een niergezwel, althans een retroperitoneaal gezwel, van links uitgaande, mocht worden gedacht, maar dat op gronden van klinische ervaring op allerlei verrassingen moest worden gerekend, verrichtte ik laparotomie en verwijderde, na zwaren arbeid, een niergezwel van 15kGr. (Foto II geeft de verhouding van het gezwel tot de buikholte weder, Foto 111 de grootte van den tumor in vergelijking met die vaneen voldragen kind.) Het gezwel, een lipo-sarcoom, ging uit van de vetkapsel der nier; deze zelf was wel samengedrukt, maar overigens ongeschonden. Drainage met gaas door den bovenhoek der buikwond en dooreen opening inde lendenstreek. Ongestoorde genezing.

246

Sluiten