Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ziekte ten grondslag lag. Onder verwijzing naar hetgeen dienaangaande is meegedeeld door prof. Kouwer (zie feestbundel Treub 1912) ontleenen wij daaraan het volgende: Yan de 5 kinderen, die door kunstmatige vroeggeboorte ter wereld werden gebracht wegens ziekte der moeder, werden slechts 2 levend ontslagen, van de 66 kinderen, wier moeder wegens bekkenvernauwing vroegtijdig werden verlost, werden er 54 levend ontslagen: de mortaliteit in deze laatste groep bedroeg dus 18.2 °/0. De doodsoorzaak der 12 gestorven kinderen was: in 4 gevallen de wanverhouding tusschen schedel en bekken; 5 kinderen zijn tijdens of kort na de baring bezweken zonder naspeurbare oorzaak, 2 bezweken wellicht door koorts der moeder tijdens den partus, en 1 is hoogstwaarschijnlijk het slachtoffer geworden van verwonding der placenta door de bougie. Yan de 54 levend ontslagen kinderen zijn later nog 9 thuis gestorven. Yan de 45 nog levenden zijn 42 reeds ouder dan 1 jaar. Van alle geborenen hebben dus 66 °/0, van de levend ontslagenen 82 °/0 den leeftijd van 1 jaar bereikt. Er stierven binnen het jaar van de levend ontslagenen 13.7°/0. Wij laten deze, door kunstmatige vroeggeboorte onrijpe kinderen, voorloopig buiten beschouwing, en bepalen ons tot de anderen. De meest wetenschappelijke indeeling onzer kinderen zou natuurlijk zijn naar de oorzaken hunner vroeggeboorte, of hunner geringe ontwikkeling. (Wij herhalen hier, dat wij alleen kinderen met een geboortegewicht beneden de 3000 gr. hebben bestudeerd, onder welke kinderen natuurlijk ook voldragenen voorkomen). Deze indeeling is echter inde meeste gevallen niet door te voeren, zelfs niet voor de kinderen, die inde kliniek werden geboren. Wij hebben ons genoodzaakt gezien, ons tot de volgende groepeering te bepalen: A. Kinderen welke couveuseverpleging gehad hebben. a. Kinderen, inde kliniek geboren. b. Kinderen buiten de klinek geboren. B. Kinderen, die geen couveuse noodig hadden. Uit de tabellen blijkt, dat er van de 43 inde kliniek geboren couveusekinderen 20 stierven, en 23, d.i. 53.4 °/0, levend werden ontslagen. Yan de 132 buiten de kliniek geboren couveusekinderen stierven 85 en werden 47, d i. 35.6 %, levend ontslagen. Hierbij zijnde door partus arte praernaturus ter wereld gekomen kinderen niet begrepen. De levensvatbaarheid is natuurlijk in groote mate afhankelijk van het geboortegewicht. Yan de 10 inde kliniek geboren couveusekinderen met een geboortegewicht beneden 1600 gr. werd slechts één levend ontslagen; de andere 9 stierven allen inde kliniek. Yan

28

Sluiten