Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blaasjes. De uterus werd zoo grondig mogelijk leeggemaakt, waarbij ook nog een gaaf vruchtje van 19 cM. lengte en een gewicht van 165 Gr. voor den dag kwam. Tot slot werd de uterus met i°U lysoloplossing uitgespoten en waargenomen, dat zich naast den uterus geen ovariaaltumoren bevonden. Een uur na de verlossing trad een koude rilling op, en steeg de temperatuur tot 40.3. Eeeds den volgenden dag was de temperatuur tot den norm gedaald, en was het kraambed verder koortsvrij. Bij vertrek, den 14den dag, was patiënte nog zeer bleek ; de uterus lag in anteflexie, doch het rechter ovarium was veranderd ineen vuistgroote en het linker ineen nog iets grootere multiloculaire cyste. Aangezien deze tumoren stellig en zeker gedurende het kraambed waren ontstaan, werd de diagnose gesteld op luteinecysten en dus afgewacht, of zij spontaan zouden verdwijnen. 10 November bezocht ik patiënte en vond haar toen te bed liggen met een linkszijdig kraambeen, dat sinds enkele dagen zou bestaan. De linker ovarium-tumor was uitwendig nog te voelen. 24 November kwam patiënte op de polikliniek, omdat zij vloeide. Uit den baarmoedermond hing een poliepje, dat reeds tijdens de haring was bemerkt; het werd weggenomen en bleek hoofdzakelijk uit deciduacellen te bestaan. De volgende dagen herhaalde zich de bloeding, waarom patiënte 3 December werd opgenomen. Zij was zeer anaemisch, de uterus vrij groot, maar van normale consistentie. Van de vroegere tumoren was niets meer te vinden dan twee onregelmatige, vrij groote ovaria. De temperatuur was normaal. De uterus werd uitgesehaafd, waarbij een groote hoeveelheid weefsel voor den dag kwam, dat uitsluitend bleek te bestaan uit zeer fraai deciduaweefsel; van chorionvlokken of trophoblastproducten was ondanks ijverig zoeken geen spoor te vinden; geen teeken van maligniteit. Tien dagen ging het goed; toen trad weer een bloeding op. 15 December werd weer gecuretteerd, zonder dat een noemenswaardige hoeveelheid weefsel voor den dag kwam, en waarin evenmin eiproducten werden gevonden. De bloeding herhaalde zich na deze curettage niet meer en zonder koorts te hebben gehad, ging patiënte 24 December weer naar huis. 17 Eebruari werd zij midden inden nacht weer binnengebracht, nagenoeg verbloed. Na haar vertrek was alles goed gegaan; zij was er veel beter gaan uitzien tot vóór drie dagen, toen er een bloeding optrad, zij meende de menstruatie. Die bloeding was niet aanhoudend, doch herhaalde zich bij tusschenpoozen, maar was dan zeer overvloedig. Bij opneming waren haar kleeren als in bloed gedrenkt. De uterus bleek vergroot, het halskanaal voor den vinger toegankelijk, die een inde uterusholte uitpuilenden tumor voelde. De adnexa waren normaal en de parametria vrij. De temperatuur bleek verhoogd. Dat de tumor en de bloedingen met elkander in verband stonden, scheen buiten kijf. Uterusexstirpatie was dus streng aangewezen. Eerst 21 Februari kon dit geschieden en wel per vaginam, zonder dat zich complicaties voordeden. Gedurende die vier dagen had patiënte hooge koorts en rillingen (zie curve), maar merkwaardig was, dat zij gedurende die vier dagen geen druppel bloed verloor!

63

Sluiten