Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vorming deel neemt, dan eens een grooter of kleiner gedeelte (partieele molavorming) en dan weder slechts hier en daar een enkele cel. Wanneer ontstond die neiging tot een zoo sterken groei, wanneer verkregen de cellen het vermogen zich zoo abnormaal te gedragen? Verkregen zij die eigenschap van de eicel of werd die verworven? Daar staan wij weder voor de oude vraag! Wanneer men de totale mola, de partiëele mola en de mola disseminata naast elkander zet, moet het vreemde opvallen, dat er in ligt, indien men de primaire oorzaak inde kiemcel .zoekt. Immers waarom dan in het eene geval een abnormaal gedrag van alle trophohlastcellen, in het ander vaneen scherp omschreven gedeelte en in weder een ander slechts hier en daar? Het heeft er toch veel meer van, dat die abnormale eigenschappen later verkregen zijn, ten minste niet steeds op denzelfden tijd. Wij zouden ons dan moeten voorstellen, dat die eigenschap optreedt inde nieuwe geslachten van cellen, die onophoudelijk door celdeeling ontstaan. En indien dit het geval is, mogen wij verwachten, dat ook de eigenschap der gewone lichaamscellen tumoren te vormen, eerst later is verkregen inde nieuwe geslachten van cellen, die elkander in sneller of langzamer tempo opvolgen. Maar dan zou men ook mogen verwachten, dat hoe sneller dat tempo is, hoe korter dus do levensduur van de cel, hoe grooter kans er zal bestaan, dat die neiging zich ontwikkelt, hetzij dan langzamerhand of plotseling, doordat de door celdeeling ontstane nieuwe cel bij wijze van sprongvariatie met de pathologische eigenschap in zich geboren wordt Laat ons deze gedachte even, heel oppervlakkig, toetsen aan de werkelijkheid Welke cellen leven het kortst ? De ephitheliumcellen! Welke gezwellen zijn het veelvuldigst? De epitheliale! Minder frequent zijnde bindweefselgezwellen, ofschoon er veel meer bindweefselcellen zijn. Maar die cellen hebben een veel langeren levensduur, vooral nadat de volwassen leeftijd is bereikt! Inde groeiperiode deelen zij zich sneller, de generaties volgen elkander sneller op: De sarcomen ziet men inde jeugd! De spieren? Celdeeling heeft nauwelijks plaats! Q-ezwellen zijn zeldzaam! Alleen de baarmoedergezwellen vormen een uitzondering, een orgaan echter, dat door haar afkomst en haar functie een eigenaardige plaats inneemt. En om het hierbij te laten: het centrale zenuwstelsel? Heen celdeeling, ook geen tumoren van ganglioncellen. Alleen gliomen! Oppervlakkig beschouwd dus inderdaad een parallellisme tusschen kans op nieuwvorming en snelheid der opvolgende geslachten van cellen.

77

Sluiten