Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inden loop van 1910 heeft zich langzamerhand de beschreven methode ontwikkeld, die in 1911 en 1912 systematisch is toegepast. Dit beteekent, zooals uit het voorgaande voldoende blijkt, natuurlijk niet in alle gevallen, want indien na de geboorte der schouders geen weerstand meer te overwinnen is, komt het hoofd al te voorschijn, dikwijls nog vóór men tijd gehad heeft den stand der kin te bepalen. En bij bekkeningangsvernauwing * werd zij eerst toegepast, wanneer het hoofd op de oude manier zoo noodig met tractie met beide over de schouders geslagen handen en met druk boven de symphysis den ingang was gepasseerd. Intusschen is het aantal extracties bij bokkenvernauwing relatief gering, daar ik niet alleen principieel geen prophylactische keering doe, maar zoo mogelijk altijd en a plus forte raison bij bekkenvernauwing van allo dwars- en stuitliggingen een hoofdligging tracht te maken. Tabel I geeft een overzicht over de verkregen resultaten in deze Tabel T. Geheel Reeds Tijdens j Yerhoudings getallen: . , i , of na de i Levend ° & aantal dood . i doodgeboren kinderen. . (jAiidbiic i ontslagen. ° extracties, waren: stierven: ! 1907 38 7 13 18 13 :31= 42 °j3 1908 37 712 18 12 :30= 40 °/0 1909 46 10 1422 14 : 36 = 38.9 °/0 1910 37 10 10 17 10 :27 =37 % 1911 36 8 6 22 6 : 28 = 21.5 % 1912 39 7 4 28 4 : 32 = 12.5 °/0 233 49 59 125 69:184 =32 °/0 zes jaren, waarin alle extracties van het nakomend hoofd zijn opgenomen, behalve een paar gevallen, waarin de vrouwen alleen met het achtergebleven, van den romp gescheiden hoofd inde kliniek werden opgenomen. De tweede rubriek toont het aantal extracties, waarbij het kind reeds voor het begin der extractie, of van de versie, wanneer die voorafging, doodwas. Opmerkelijk is, dat waar het geheele aantal vrij wel constant blijkt alleen 1909 toont een hooger cijfer ook het aantal reeds doode kinderen ten opzichte der levenden nagenoeg hetzelfde is. Voor de beoordeeling der resultaten komt natuurlijk alleen het aantal kinderen in aanmerking, dat tijdens of na de kunstbewerking gestorven is (zie de 3de rubriek). De vierde rubriek geeft het getal overlevenden, terwijl daarachter de verhouding van de gestorven tot de bij het begin der operatie nog levende kinderen is opgegeven.

95

Sluiten