Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tumor aan zijn achterste, dunnere gedeelte eenvoudig afgesneden. Daarbij moet deinversietrechter door de snede geraakt en de buikholte geopend zijn, want de patiënte kreeg een ditfuse peritonitis en stierf. Bij de sectie werd de uterusperforatie gevonden als uitgangspunt van de peritonitis. Hier werd dus de groote fout begaan (die echter met de hysterotomia vaginalis als zoodanig niets te maken heeft, doch slechts tegen de enucleatiemethode zou kunnen worden aangevoerd!) dat men met de mogelijkheid eener inversio uteri niet voldoende rekening hield en, inplaats van het gezwel met bijzondere zorg te enucleëeren, het eenvoudig afsneed. Behalve dit hebben wij nog één sterfgeval te betreuren, evenmin met de hysterotomia vaginalis als zoodanig in verhand staande. De patiënte was een diabetica, die daarom ook zonder narcose geopereerd werd. De operatie verliep zonder stoornis en er werd een klein myoom zonder veel moeite en zonder bloedverlies uit den uterus verwijderd. Den volgenden morgen kreeg de patiënte echter geheel onverwachts een collaps met temperatuursverhooging, waarin zij een uur later stierf. Sectie: verregaande parenchymateuse degeneratie van de hartspier en der andere organen; de uterus vertoont niets bijzonders. De enucleatieholte is zuiver, de hysterotomiewonde goed gehecht. Uterusperforatie hebben wij, behalve de twee zoo juist genoemde, nog ééns gehad. Hadat de operatie zonder stoornis was verloopen, vertoonde de patiënte, naar de zaal teruggebracht, na eenigen tijd verschijnselen van inwendige bloeding. Haar buiten liep géén bloed af. Hadat eerst nog getracht was, onder aanwending van zandzakken op den buik, ergotine-inspuitingen en andere middelen, den toestand aan te zien, werden na korten tijd pols en uiterlijk der patiënte zoo verontrustend, dat tot laparotomie besloten werd. De buikholte was vol bloed en er werd een uterusperforatie gevonden op de plaats, waar het myoom gezeten had. Deze wonde werd in twee lagen gehecht, waarna de genezing ongestoord plaats had. De patiënte verliet vier weken later gezond de kliniek. Eén keer vind ik opgeteekend, dat bij het opensnijden van den voorsten cervixwand het peritoneum aangesneden werd. Men moest echter in dit geval, daar de tumor bijzonder hoog zat en de uterus zich moeilijk naar beneden liet halen, het halskanaal buitengewoon hoog splijten. De enucleatie bood nu echter in ’t geheel geen moeilijkheden en, nadat de tumor verwijderd was, werd de peritoneale wond zorgvuldig weder gesloten. Ook deze patiënte genas zonder stoornis. Bij de 22 gevallen, waarin buiten verwachting geen myoom inden uterus te vinden was, werd, zooals gezegd,'meestal slechts wegens de

110

Sluiten