Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(all.), die zich als een kanaal inden buiksteel voortzet (all.). Deze uitstulping is de allantoïs. Hoewel bij den mensch een min of meer rudimentair karakter bezittend, treedt dus de allantoïs zeer vroegtijdig inde ontwikkeling op. Een nauwelijks ouder embryo, voor korten tijd door Grosser beschreven, leert het volgende.

Scliematische mediane doorsnede door het embryo van Gr rosser, a. amnion. pr. primitiefstreep. kl.m. kloakaalmembraan. all. allantoïs. d. dooierblaas. c.n. canalis neurenterious. In dit en de volgende schemata is het ektoderm zwart, het mesoderm gestippeld en het entoderm grijs.

Het embryo, in het geheel 830 lang, is met de dorsale zijde naar de amnionholte gekeerd, ventraal bevindt zich de zeergroote dooierzak. (Figuur 3), Achter den canalis neurentericus (c.n) volgt de primitiefstreep (pr.). Deze gaat aan haar caudale einde over ineen gebied, waar ektoderm en entoderm onmiddellijk tegen elkaar aan liggen: de z.g. kloakaal membraan (kl.m.). Deze 160 (i lange membraan strekt zich uit tot aan de plaats, waar de allantoïs (all.) zich inden buiksteel begeeft. Inde volgende periode van ontwikkeling komt, in verband met den lengtegroei en de

kromming van het embryo, een afsnoering van den 'oerdarm ten opzichte van de dooierblaas tot stand. Hierbij vormt de kloakaalmembraan de begrenzing van het meest caudale gedeelte van het zich vormende darmkanaal. De allantoïs doet zich dan voor als een buis, die zich van de grensplaats tusschen oerdarm en dooierblaas af een eindweegs inden buiksteel uitstrekt. Naarmate het lichaam van het embryo zich sterker van de dooierblaas afsnoert en zich tevens kromt, wordt het gebied van de primitiefstreep allengs tot op het ventraalwaarts gekromde caudale lichaams-

136

Figuur 3.

Sluiten