Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ohorionepithelium, dat het gezwel en de vliezen, die het gezwel bedekken, bekleedt. Het is, zooals reeds gezegd, veranderd ineen detritusmassa met nog hier en daar verspreide kernen. Samenvattend hebben wij dus te doen met een angioom, dat bekleed is met chorioncellen en in zijn geheel onder het chorion en amnion gelegen is. Het is dus uitgegaan van kinderlijke vaten. Of het uitgangspunt één vlok of een geheele cotyledo is, is niet met zekerheid uitte maken. Voor het laatste zou de dikte der toevoerende vaten kunnen pleiten, ertegen spreekt, dat van resten van chorioncellen in het gezwel, als overblijfselen van de bekleeding der verschillende vlokken, niets te vinden is. In verband met het-

Chorionepithelium

geen anderen gevonden hebben en wat later ter sprake zal komen, komt het mij het meest waarschijnlijk voor, dat het gezwel uit één vlok ontstaan is. Fig. 10 doet zien, hoe het gezwel in het begin er uit heeft gezien. Inde vroegere mededeelingen worden verschillende namen aan deze tumoren gegeven, n.l. myxoom, fibromyxoom, fibroom. Eerst later is men vrij algemeen tot de benaming angioom overgegaan, en wordt er, wanneer het bindweefsel een overheerschend karakter heeft, fibrosum bijgevoegd. Dienst heeft de benaming chorioma angiomatosum en fibrosum voor deze twee soorten voorgesteld. Uit de vroegere beschrijvingen kan men inde meeste gevallen opmaken, dat

187

Fig. 9.

Bindweefseluitlooper zonder epitheliumbekleeding.

Sluiten