Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verhooging, ook inde zwangerschap, bij langzaam voortschrijden der ziekte. De vrouw kreeg den raad, abortus te laten opwekken, maar de huisdokter verzette zich hiertegen. De bevalling had op tijd plaats, de moeder overleed eerst een jaar later. Het kind kreeg, toen het een jaar oud was, een tuberculeuze beenontsteking, maar genas daarvan. Dat de aangeraden abortus provocatus hier niet aangewezen was, is ook onze meening. f.f. A. 151 Y p. Reeds lang ziek; bacillen +. In do vierde zwangerschap breidde de longziekte zich langzaam uit en werd daarom door den arts op provocatie abortus aangedrongen. De vrouw sloeg dit af en beviel op tijd vaneen levend kind. Inde vijfde zwangerschap trad weder verergering van den toestand op, maar wederom had de bevalling op den normalen tijd plaats. Daarna was de toestand niet minder goed dan vroeger. Het schijnt ons duidelijk, dat de raad, inde vierde zwangerschap gegeven, voorbarig was. u. B. 45 II p. Langzaam toenemende longtuberculose. Inde eerste zwangerschap gaat de toestand achteruit, en reeds vijf maanden na de bevalling is de vrouw wederom zwanger. Ook nu breidt de ziekte zich uit, terwijl de vrouw bovendien door veel braken wordt gekweld. Zij wordt daarom naar een ziekenhuis gezonden tot het afbreken der zwangerschap. Men weigert dit evenwel, verpleegt de vrouw en ziet het kind op tijd geboren worden. Daarna is de toestand wel iets minder goed dan te voren, maar toch niet verontrustend. Het kind is gezond (nu twee maanden oud). Ook hier heeft de geneesheer de toekomst te donker ingezien en te eenzijdig, waarover straks. v. B. 58 IY p. De arts schrijft ons: „gedurende de zwangerschappen was de vrouw altijd bijzonder wel, at goed, was opgewekt, hoestte zeer weinig en gaf geen bloed op, zoodat zij naar den toestand verlangde.” Bacillen -j-, weinig physischc afwijkingen, proces gedurende de zwangerschap stilstaand. Ha de bevalling bleef zij lang bedrust houden, werd dan flink gevoed en was 4 of 5 weken later geheel hersteld. Ha drie maanden werd het hoesten dan weder erger en na een half jaar of een jaar gaf zij weder bloed op. Gedurende al de jaren van haar ziekzijn heeft (1898—1912) patiënte „haar leven tusschen het bed en den ruststoel doorgebracht.” Tusschen de tweede en derde bevalling traden er caverne-versohijnselen op en werd de vrouw kortademig, vooral tijdens de vierde zwangerschap (1906). „Ha de eerste verlossing werd door mij gewezen op voorbehoedmiddelen, die steeds geweigerd zijn.” Eveneens weigerde zij inde vierde zwangerschap, deze te laten afbreken. Hoewel zij de

109

Sluiten