Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

diameter van 6 cm. Het amnion (opgehouden) kan p.m. 200 cm. vocht bergen, niet meer. De vrucht heeft dus geruimen tijd extra-amniaal geleefd. De vochtafscheiding is geweest vruchtwater met bloed uit de utero-placentairvaten in verband met de placenta marginata. Opmerkelijk is de lange duur der amniale hydrorrhoe, van begin September tot 26 November, d.w.z, ongeveer 11 weken. Placenta praevia inde 4e maand. Yrouw M, 31 jaar, heeft 6 kinderen, jongste kind 2 jaar, laatste menstruatie November 1918. In Januari 1914 gedurende 14 dagen bloeding. In Februari en volgende maanden sterke menstruatie, meestal wat te vroeg, duur 4—5 soms 6—-7 dagen. In Augustus 1914 sterke bloeding, in September weder. Gedurende 7 weken, van eind September—lo November, raakte patiënte bij tusschenpoozen veel bloed kwijt, zoodat zij te bed moest blijven en aanvallen van duizeligheid had. Bij aankomst inde kliniek: uterus vergroot als van zwangerschap inde 3e maand, ostium uteri open, halskanaal laat vingertop toe, in utero geen deelen te bereiken; diagnose: waarschijnlijk retentie vaneen ei inden uterus. Ichthyoljodoformgaastampon in utero. Na 2 X 24 uur geen uitdrijving vaneen ei, wel van den tampon. Bloeding. Bij onderzoek wijd geopend halskanaal, gemakkelijk voor een vinger doorgankelijk. Deze komt op placenta-weefsel, dat rondom het orificium internum ligt, en gemakkelijk met den vinger kan worden losgemaakt. Hooger op breken de vliezen en komt de vinger op een klein voetje, dat met den gekromden vinger naar buiten wordt gebracht, Verwijdering van vrucht en placenta. Jodoformgaastamponnade van den uterus. Eerste dag temperatuurstijging tot 39.9 °, daarna niet meer. Puerperium verder ongestoord. De vrucht was 12 cm. lang. Dus placenta praevia inde 4e maand der zwangerschap. In aansluiting hieraan zegt spreker, dat de opvatting, dat de bloedingen bij placenta praevia eerst inde 6de maand en later komen, haar grond heeft in het feit, dat dein een vroeger stadium optredende bloedingen meestal tot abortus voeren, zoodat de invloed der placenta praevia hierbij niet wordt opgemerkt. Bij het onderzoek van abortusprodukten wordt niet genoeg op eventueele placenta praevia gelet. Prof. Treub merkt op, dat Pinard vrij wel hetzelfde zegt: de meeste gevallen van abortus inde 3de en 4de maand zijn, volgens hem, afhankelijk van placenta praevia. Hierop wordt de vergadering gesloten. Ned. Tijdsein-, v. Verlosk. en Q-yn. XXIY. 15

225

Sluiten