Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op 37 gevallen van slechte harttonen 16 kinderen stierven, d.i. ruim 43 °/0 op 24 „ „ oedeem van vóór- of achterlip 2 kinderen stierven, d.i. ruim 8 °/0 op 9 „ „ koorts der moeder ante oper. 3 kinderen stierven, d.i. ruim 38 °/0. Men ziet uit dit lijstje, dat waar de V. ~j~ E-, al of niet gecombineerd met oprekken volgens Bonn ai re—van O ord t, plaats vond wegens slechte harttonen van het kind, dit laatste een slechte kans had levend geboren te worden, terwijl bij de andere indicaties die kans meer om het gemiddelde schommelde. In 197 gevallen van moederlijke indicaties (115 wegens dwarsligging +49 wegens rekking van het onderste uterussegment -j- 24 wegens oedeem van vóórof achterlip -j- 9 wegens koorts) werden dus 33 kinderen dood geboren, d.i. bijna 18 °/0. In 116 gevallen van kinderlijke indicaties (79 wegens prolapsus funiculi -j- 37 wegens slechte haritonen) werden 37 kinderen dood geboren, d.i. bijna 32 °l0. Waar dus de kunstbewerking plaats heeft ter wille van het kind (de minderheid der gevallen), is de sterftekans daarvan bijna 2 maal zoo groot, als waar zij plaats heeft in het belang van de moeder. Voldragen waren 327 kinderen, d.i. ruim 75 °/0, onvoldragen 105, terwijl van 24 kinderen niet bekend is, of zij al dan niet voldragen waren. Ér waren 2 gevallen van tweelingen hij. d. Kinderlijke mortaliteit hij de prophylactische V.-\-E. Er kwamen 82 kinderen levend ter wereld, van welke er 3 spoedig bezweken; deze 3 kinderen waren voldragen. Dood geboren werden 9, van welke echter bij 2 het nakomend hoofd was geperforeerd en één gemacereerd werd geboren. Op de verlieslijst der operatie komen dus 6 + 3 spoedig gestorvenen = 9 kinderen, d.i. ongeveer 10°/o. Ook dit cijfer wint het verreweg van dat, bij de Y. + E. gevonden. Zoowel de moeder als het kind hebben dus een geringer sterftecijfer bij de prophylactische V. + E. dan bij de V. + E., zoodat hiermede duidelijk bewezen is, dat de redenen, waarom deze eerstgenoemde operatie wordt verricht (het werken onder ongunstiger omstandigheden voor moeder en kind bij langer afwachten) volkomen juist zijn. Voldragen waren 84 kinderen, onvoldragen 3, terwijl van 4 kinderen niet bekend is, of zij voldragen of onvoldragen waren. Ruim 92 % was dus voldragen, zeer begrijpelijk, daar prophylactische V. + E., zooals wij zagen, het meest noodig was bij bekkeningangsvernauwing, waarbij

48

Sluiten