Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voetligging; in 17 gevallen was daarbij eerst verwijding volgens Bonn ai re—van Oordt geschied. Moederlijke morbiditeit en mortaliteit. Daar er bij een extractie betrekkelijk weinig inde geslachtsdeelen gemanipuleerd wordt, verwachten wij een lagere morbiditeit dan b.v. bij de versie en extractie Blijkt zulks ook uit onze cijfers? In 98 gevallen bleef het kraambed normaal. In 59 gevallen, d.i. in 34,7°/c, is koorts, toe te schrijven aan een of andere infectie, vermeld. Bij de versies en extracties bedroeg het puerperale morbiditeitspercentage 36,5%, zoodat bij goede desinfectie het intra-uterine werken de infectiekans slechts weinig schijnt te verhoogen. 32 maal ontstond een perineaalruptuur, nl. 29 maal bij primiparae en 3 maal bij multiparae, d.i. bij 47,5% der eerste en bij 2,8% der tweede groep. Bij de eerstbarenden vinden wij dus een zeer hoog getal. Bij de tangverlossing waren de overeenkomstige cijfers 79°/0 resp. 32 °/0, waaruit dus blijkt, dat voor beide groepen het ontbreken van de gelijkmatige rekking meer kans geeft voor verscheuren van het perineum, dan wanneer deze geleidelijk tot stand komt. In veel sterker mate geldt dit nog voor de multiparae dan voor de eerstbarenden. 1 maal is een fractura symphyseos met veretterd haematoom van het cavum Retzii vermeld (H. M. 247, jaar 1910). Na incisie genas dit volkomen; er werd een nieuwe beenige verbinding tusschen de beide symphysis-gedeelten gevormd. Patiënte werd genezen ontslagen, de hoogste temperatuur in het kraambed was 39°,2. 2 maal ontstond bij de extractie, zonder dat volgens Bonnaire gerekt was, een cervix-scheur. Beide patiënten herstelden. 9 patiënten overleden, d.i. 5,3°/0 (bij de versie en extractie bedroeg dit cijfer 7°/0, bij de forcipale extractie 2,6°/0), een cijfer dat dus ongeveer het midden houdt tusschen dat der versie en extractie en der forcipale extractie. Deze gevallen mogen in het kort opgesomd worden. I°. H. M. 261, jaar 1901. Verwijding volgens Bonnaire—van Oordt met extractie wegens retentie eener doode vrucht en sapraemische infectie; de vrouw overlijdt ten gevolge van ruptura uteri (zie het desbetreffende hoofdstuk). 2°. H. M. 244, jaar 1913. Extractie aan den voet wegens voorliggende (uitgezakte ?) navelstreng. In het kraambed ernstige dubbelzijdige pyelonephritis met hooge koorts (hoogste temperatuur 41,°1). Merbekkenspoelingen met sol. nitratis argenti blijven zonder succes; patiënte wordt naar elders overgeplaatst, waar nog later op dringende

52

Sluiten