Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geven. Eustachius was doordrongen van de anatomie van Haleuu s en heeft getracht deze tegen Yesa 1i u s te verdedigen door zelf zeer nauwkeurige onderzoekingen te doen op menschen- en dierenlijken. Zijn afbeeldingen treffen ons door soberheid van voorstelling en door duidelijkheid. Óm te ontkomen aan het bezwaar van inde figuur geplaatste letters of teekens, had hij een nieuw hulpmiddel bedacht, n.l. zijn platen te voorzien, van verdeelde randlijsten, evenals dit bij landkaarten gedaan wordt, en er een maataanwijzing bij te voegen, die ineen bijgaande lijst de noodige opheldering gaf. Tot inde kleinste vertakkingen nauwkeurig zijnde bloedvaten, die uterus en vagina van bloed voorzien, gevolgd, en ook de adnexa zijn natuurlijker weergegeven, dan men bij de meerderheid van zijn tijdgenooten vindt. Het zou buiten de bedoeling van deze studievallen, alle anatomen te gedenken, die afbeeldingen gaven van de anatomische verhoudingen der vrouwelijke deelen, en aan hun bizondere verdiensten en ontdekkingen op dit gebied recht te laten wedervaren. Wij zouden dan zeker een Arantius, Columbus, Gluidi, deZebis en anderen hier de hun toekomende plaats gegeven hebben. Laten wij dus liever een sprong maken tot inde 17 de eeuw en een paar anatomen vermelden, die toen op het gebied der anatomie van de vrouw uitblonken. Julius Casserius, sinds 1604 opvolger van Eabricius te Padua, had het plan opgevat een werk te vervaardigen over de geheele anatomie, een plan, waarin hij iu 1616 door den dood verhinderd werd. De te Brussel in 1578 geboren Adriaan van den Spieghel volgde Casserius als hoogleeraar op en was voornemens het werk van Casserius voort te zetten. Maar ook hij moest in 1625 het handschrift bij testament overlaten aan Bucretius, die 78 afbeeldingen van de erfgenamen van Casserius kocht, dit aantal met nieuwe platen vermeerderde en in 1627 het werk eindelijk uitgaf 1). Hierin komen tal van platen voor, waarbij een vrouwenfiguur, geplaatst in meestal fraai gestoffeerde landschappen, de ligging van haar buik-ingewanden in zwangeren en niet zwangeren toestand vertoont, platen, welke dikwijls een vrij juiste voorstelling geven, maar toch ook weder blijk geven, dat eigen aanschouwing dikwijls door den bril van den leermeester naar diens inzichten gewijzigd werd. Zoo vinden wijde uterusadnexa afgebeeld in treffende gelijkenis met de ooren vaneen vleermuis. Later zijnde platen van van den Spieghel afzonderlijk uit') Cbonlant, Gteschichte der anatomischen Abbildung. Leipzig 1852, blz. 77.

116

Sluiten