Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het diaphragma, evenals de foramina duidelijk te voorschijn komen. De zesde plaat, wel de minste onder de broederen, vertoont den uterus, uit het lichaam genomen met de vagina en een stuk van het rectum. De uitgezette bloedvaten van de adnexa komen wel tot hun recht, maarde geheele uitvoering staat verre ten achter bij de andere prenten. Houdt men vast aan het denkbeeld, dat deze platen alleen willen weergeven wat bij een makroskopische beschouwing valt waar te nemen, dan beantwoorden de prenten van Jenty juist door het eigenaardige procédé, voor de vervaardiging gebruikt, zeer zeker aan het doel en is juist het niet meer willen geven dan wat men werkelijk ziet, te prijzen. De platen van Hun ter voldoen ook aan dezen eisch, maar laten ten gevolge van de uitvoering in kopergravure de omtrekken scherper naar voren komen, wat de duidelijkheid zeei zeker doet toenemen, maar niet geheel overeenstemt met de natuurlijke waarneming. Gaat men uit van den eisch, dat een anatomische afbeelding uitsluitend dienen moet om de anatomische verhoudingen juist en nauwkeurig weer te geven, dan wint Hun ter het zeker, al behoeven wij niet geheel mede te gaan met de uitspraak van von Siebold1), die zegt: „Die von Jenty 1758 erschienenen Abbildungen können in keiuer Weise den Yergleich mit den Hunter’schen aushalten, obgleich auch sie von Osiander als solche angeführt werden, welche Hun ter übertreffen wollte”. Het merkwaardige van de. platen van Jenty is wel de zeldzaamheid, dat het zwarte-kunst-procédé toegepast is hij wetenschappelijke afbeeldingen, en uit dit oogpunt zullen zij haar merkwaardigheid behouden. i) Yersuch einer Gresohichte der Geburtshülfe von Ed, C. I. von Siebold, 1846 blz. 360.

122

Sluiten