Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a priori al hoogst onwaarschijnlijk, dat de afstammelingen van atretische follikels onschendbaar zouden zijn! Men pocht er op, dat de biologie van het ovarium ons zoo goed bekend is! Ik zou dat gaarne bewezen zien! Wie een oogenblik nadenkt over den ouderlingen samenhang der verschillende klieren met inwendige secretie, zal moeten toegeven, dat ieder nieuw feit, dat ons bekend wordt, de moeilijkheden vermeerdert bij het verklaren der wederkeerige werking van die vele klieren. ledere vraag, die wij meenen te hebben beantwoord, wordt oogenblikkelijk de moeder van ettelijke nieuwe, waarop wij het antwoord schuldig blijven. Het moet worden ontkend, dat wij in staat zouden zijn, de velerlei functies van het ovarium te localiseeren in verschillende goed bekende gebieden van dit orgaan. Zoo ver zijn wij nog lang niet gevorderd! Men zou kunnen meenen, dat wij dan toch wel een volledig overzicht over en inzicht inde gevolgen hebben van het volledig verwijderen der eierstokken. Maar ook dit is niet waar. Waarom worden sommige vrouwen in het geheel niet, andere betrekkelijk weinig, weder andere zeer ernstig gekweld door opvliegingen, duizelingen, het uitbreken van zweet, enz., na castratie? Waarom gaat bij de eene vrouw de geslachtsdrift er geheel door teloor, bij de andere niet? Waarom behouden sommige vrouwen alleen de libido, maar verliezen zij het vermogen tot orgasmus? Waarom blijven beide bij anderen bestaan? -Waarom is al of niet afhankelijk van het opheffen der geslachtsdrift de invloed der castratie op de geheele psyche der vrouw zoo verschillend bij verschillende personen? Waarom oefent bij enkele vrouwen de castratie een nadeeligen invloed uit op de functie van de schildklier (b.v. uitbreken of verergeren van Basedow-verschijnselen), en bij anderen niet of zelfs een in tegenovergestelden zin? Ik zou deze vragen nog met vele kunnen vermeerderen, maar ik weet, dat het antwoord nooit anders kan luiden dan vaag: dit alles staat in verband met den deels uiteenloopenden, deels overeenkomstigen aard der functie van andere organen, waarmede wij echter al evenmin nauwkeurig zijn vertrouwd. Ook al waren wij in staat, die vragen in het algemeen op tamelijk bevredigende wijze te beantwoorden, dan nog zouden wij ineen bepaald geval, bij een bepaalde vrouw, onmachtig zijn te voorspellen, op welke wijze de castratie zich bij haar zal laten gelden. Dit is, natuurlijk, ook van toepassing op de zoogenaamde „gedeeltelijke castratie”, die vele radiologen beoogen!

213

Sluiten