Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij drukking. Zij bekende drie dagen tevoren abortus te hebben laten opwekken. Na uitstooting van foetus en placenta werd de uterusholte geïrrigeerd. Den volgenden dag was de icterus sterker, nog een dag later was de huid bronskleurig, de algemeene toestand slecht en ’s avonds trad de dood in. Bovenstaande patiënten, die allen in korten tijd inden strijd met de gasbacillen zijn bezweken, hebben allen dezelfde cardinale symptomen vertoond: cyanose, donkere gelaatskleur en urine, geen localisatie der infectie. De cyanose is voor een deel het gevolg der slechte hartswerking door de toxinenwerking op de hartspier, voor een ander, misschien wel het grootste deel, van de veranderingen, die in het bloed zijn opgetreden. Evenzoo is dit het geval met de dyspnoe, die in sommige gevallen zeer sterk op den voorgrond treedt. Met ónmogelijk is, dat hierbij de gasbellen inde vaten door hare toevallige localisatio een rol spelen. Het onderzoek van het bloedserum heeft de oorzaak der donkere huidkleur aan het licht gebracht. Haematine, methaemaglobine worden er, soms in groote hoeveelheden, in gevonden, niet alleen wijzend op een vernieling van roode bloedcellen, maar ook van de bloedkleurstof zelf. Overal is deze destructie der bloedkleurstof merkbaar, bij de sectie vindt men toch bijna geregeld vermeld, dat de organen bruin van kleur zijn, en in uterus en vagina vindt men vaak een bruine, papachtige massa. Ook de urine, die donkerbruin van kleur isl, bevat deze stoffen. Bovendien bevat zij bestanddeelen, die op ernstige beschadiging van het nierweefsel wijzen, nl. cylinders, veel eiwit, oxyhaemoglobine en schimmen van roode bloedcellen, waaruit men het bestaan vaneen haemorrhagische nephritis mag afleiden. Een sterk contrast met dézè intensieve veranderingen vormen de geringe afwijkingen op en' rondom de plaats van intrede der infectiekiemen. Inden uteruswand vindt men geen etter, geen veretterde thrombi, slechts mikroskopisch hier en daar leukocytenophoopingen en verandering der spiervezels, bestaande in verdwijnen der kernen en van de structuur van den vezel. Ook aan de adnexa en inde parametria geen afwijkingen; inde buikholte een weinig haemorrhagisch exsudaat, evenwel zonder fibrine of samenkleving van darmlissen onder elkander. Slechts enkele malen wordt gas inde buikholte gevonden. Hieraan zal het moeten worden toegeschreven, dat buikklachten geheel op den achtergrond treden. Inde gevallen, waar zich gas inde buikholte bevindt, vindt men een toenemende opzetting en spanning van den buik; anders blijft hij vlak, hoewel gevoelig bij drukking. Waaraan is deze gevoeligheid toe te schrijven?

260

Sluiten