Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor een zeer groot gedeelte met gevallen wordt verrijkt, waarin collega’s of vroedvrouwen onze hulp inroepen. Dit geschiedt betrekkelijk zelden. Daar ongeveer Vs van de kinderen, die inde gemeente Utrecht worden geboren, onder de leiding der polikliniek het licht zien, beantwoordt deze praktijk, wat den aard der gevallen betreft, grootendeels aan den particulieren verloskundigen werkkring van den niet-specialist. Yoor ons doel heb ik zorg gedragen, dat een reeks van gevallen geheel ter zijde werd gezet. Stoornis der haring door placenta praevia, bekkenvernauwing en eclarapsie is geheel buiten beschouwing gelaten, evenmin zijnde haringen bij dwars- of stuitligging mede verwerkt. Ik heb alleen de gevallen van spontane haring bij hoofdligging en van tangverlossing bij geheel ingedaalden schedel gebruikt. Onder deze laatste komen er wel voor, waar inde geschiedenis wordt gewag gemaakt van „vermoedelijke” uitgangsvernauwing. Waar deze laatste echter, blijkens het verslag, als zoodanig toch geen duidelijken invloed uitoefende, heb ik mij veroorloofd de beteekenis daarvan gering te achten: deze gevallen zijn dus wel medegeteld. Ik heb geen poging gedaan om de juistheid te onderzoeken van de hier en daar verkondigde meening, dat het vernauwde bekken bij oudere primiparae vaker zou voorkomen dan bij jongere! De bewering is op zich zelf reeds onaannemelijk en de bewijzen, die men er voor heeft aangevoerd, blijken dan ook van geen waarde te zijn. Wel heb ik gepoogd de opvatting van sommige schrijvers te toetsen, dat met den leeftijd der eerstbarige moeder het gewicht van het kind in het algemeen zou toenemen. Op achterstaande lijst vindt men de uitkomst van dit onderzoek vermeld. Daarvoor hebben alleen klinische gevallen, waarin de weging zeer nauwkeurig is geschied, dienst gedaan. Het geheele aantal, 1785 kinderen, geeft, over de verschillende leeftijdsgroepen verdeeld, voor ieder hiervan veel te geringe cijfers: men vindt deze aan den voet der lijst opgegeven. Inde verticale kolommen is vermeld hoe vaak in iedere leeftijdsgroep een zeker gewicht zou voorkomen, wanneer deze groep 1000 gevallen omvatte. Rekent men nu uit, hoeveel kinderen meer of minder wogen dan het gewoonlijk als gemiddelde aangenomen gewicht van 3800—3500 gram, dan verkrijgt men zeer weinig sprekende uitkomsten. Hieruit volgt, of dat er geen duidelijke invloed van den leeftijd der moeder op het gewicht van het kind bestaat, óf dat mijn cijfers veel te klein zijn, om dien invloed aan te toonen. Toch verdienen deze cijfers nog wel een oogenblik onze aandacht. Zooals men ziet, zijn inde tabel de kinderen met een gewicht van minder dan 2300 gram buiten beschouwing gelaten. Ik paste dezen

211

Sluiten