Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

promontorium plaats vindt om don plexus te bereiken. In liet geval, dat het hoofd krachtig inde fossa iliaca geperst wordt, is liet denkbaar, dat de n. cruralis gedrukt wordt, ofschoon deze zenuw door zijn ligging temidden van dikke spieren uitstekend beschermd ligt. Inde litteratuur is dan ook geen geval van verlamming, wol van pijnlijkheid van deze zenuw na de haring te vinden. Sa enger x) was genoodzaakt voor een absolute bekkenvernauwing de keizersnede te verrichten. Het hoofd had tevoren lang inde linker fossa iliaca gestaan. Ha de haring klaagde de vrouw over pijn inden n. cruralis, die ook bij druk gevoelig bleek te zijn. Bij het verder indalen van het hoofd bestaat er tot de derde sacraalzenuw gelegenheid druk op wortels van den n. ischiadicus uitte oefenen. Hoe schuiner de pijlnaad hierbij loopt, des te grooter wordt de kans op druk. Het veelvuldig klagen der vrouwen over kuitkrampen tijdens do uitdrijving mag als bewijs van druk op deze zenuwen gelden. De noodzakelijkheid van het samenwerken der twee bovengenoemde faktoren, n.I. bekkenvorm en stand van het hoofd, het zeldzaam voorkomen van abnormale hoofdliggingen bij normale bekkens, de beschermende werking van het promontorium bij platte bekkens, ook al is de stand van het hoofd gunstig voor het uitoefenen van druk, maken het begrijpelijk, dat ischiadiousverlamming zoo zelden voorkomt. Dr. M. L. Muller te Utrecht was zoo vriendelijk mij een onlangs door hem waargenomen geval van druk op den plexus gedurende de haring mee te deelen. 23-jarige I-para lijdt sinds Hov. 1916 aan een aandoening der rechter art. sacro-iliaca, waarschijnlijk van tuberculeuzen aard, echter zonder abscesvorming. Hu en dan heeft zij uitstralende pijn inden rechter n. ischiadicus. Bekken is normaal. Uitwendige keering op het hoofd, dat echter niet indaalt. Bij 3 c.M. ontsluiting breken de vliezen en blijkt de oorzaak van het niet indalen gelegen ineen lichte deflexie van het hoofd, daar de groote fontanel ongeveer in de bekkenas staat en oogkasranden rechts voor te bereiken zijn, dus Y. K. r. v. Bij het sterker worden der weeën gilt de vrouw bij elke wee door de heftige uitstralende pijn in het linker been, vooral aan den binnenkant van de dij. De pijn is zoo hevig, dat zij telkens naar het been grijpt en ten slotte toediening van morphine noodig wordt. Ha een wee houdt de pijn op. Langzamerhand verdwijnt de deflexieligging en staat het hoofd bij zijn verdere indaling in K. a. 1. a. i) Saenger, Centralbl. f. Gryn. 1900, p. 274.

273

Sluiten