Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen het hoofd ging indalen, hielden de pijnen in het been op, de haring word ten slotte wegens hot slecht worden der harttonen met de tang beëindigd. Het kind woog 3200 gr. Het kraambed was licht gestoord, de vrouw had geen afwijkingen aan het linker been na de haring. Inde Nederlandsohe litteratuur heb ik geen geval van beenverlamming na de haring kunnen vinden; inde buitenlandsche heb ik de volgende gevallen na spontane haring gevonden. Gerb o r x) nam haar tweemaal na een haring in aangezichtsligging waar. I°. 21-jarigc I-para klaagde over hevige pijn in het rechter been tijdens elke wee, toen het hoofd in Aa. K. r. v. flink ingedaald was. Spontane haring. Spoedig daarna doofheid en zwakte van het rechter been, verminderde sensibiliteit en motiliteit. Na 10 dagen kon zij met moeite loopen. Na 10 maanden genezen. 2°. Een 24-jarige H-para bracht een groot kind in aangezichtsligging spontaan ter wereld. Tijdens de haring doofheid in beide beenen. 3 dagen p.p. pijn in linker been. Sterke loopstoornis. Later langdurig hinken. Nöggerath2) vermeldt vaneen 34-jarige 111-para, dat zij na een spontane haring hevige pijn en verlamming van het rechter onderbeen had gedurende vrij langen tijd. He mak3) zag bij een 36-jarige Yl-para bij elke wee trekkingen in het rechter been. Na de spontane haring was het rechter onderbeen geheel lam en bleef dit gedurende drie maanden. Na zes maanden nog hypalgesie van de huid op den voetrug en gedeeltelijke verlamming van nervus peroneus en tibialis met ontaardingsreactie. Hirst4) vond na een spontane haring, die bij een vrouw met een plat bekken slechts 1/i uur duurde, hevige pijn van den geheelen n. ischiadicus, ook bij druk. Het rechter been was zwak. Bij het for. ischiadicum vond hij zwelling én groote pijnlijkheid. Beattys) zag bij een 21-jarige I-para twee dagen na een normale haring een parese van het rechter onderbeen met sensibiliteitsstoornis. Na een maand was de stoornis tot het peroneusgebied beperkt, na drie maanden was zij genezen. ‘) G-erber, Quelques considérations sur les paraplégies puerpérales. Thèse de Strassbourg 1867. 2) Nöggerath, Deutsche Klinik, Bd. 50 p. 566, 1854. 3) Eeniak, Nothnagel. Handb. XI, 111 3, 2° Halfte 1899. *) Hirst, Med. News Philad. 1892, Bd. 61, p. 604. 5) Beatty, Dublin Journ. I Ser. Yol. XII, p. 304.

274

Sluiten