Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zocht, berekent als gemiddelde gedurende de eerste dagen van het kraambed, per dag 0.42 gram. Hoe is het nu te verklaren, dat bij normale zwangerschap kreatine inde urine verschijnt? Het waarschijnlijkst komt het mij voor, dat het de baarmoederspier is, die deze vermeerderde productie van kreatine veroorzaakt, terwijl misschien ook een deel geleverd wordt door de groeiende weefsels van den foetus. Hoewel wij weten, dat in alle organen kreatine voorkomt 4), is toch de spier het orgaan, waarin verreweg de meeste kreatine wordt gevormd. Uit de onderzoekingen van Pekelharing en van Hoogenhuyze2) hebben wij geleerd, dat aan de spier een tweevoudige chemische werking is toe te schrijven: de snelle contractie, waarbij waarschijnlijk stikstofvrije stoffen worden verbruikt, eu daarnaast een tweede werking van den spiervezel, de innerlijke spanning, tonus genoemd, met een verbruik van stikstofhoudende stoffen, waaruit kreatine ontstaat. Door versterking van den tonus vermeerdert de hoeveelheid kreatine en door öpheffen van den tonus, na doorsnijding van de achterwortels van het hals- en borstgedeelte van het ruggemerg, wordt vermindering gevonden. Deze proeven werden volkomen bevestigd door O. Riesser3), die vermeerdering van kreatine inde spier vond door het toedienen van stoffen, die prikkelend werken op den nervus sympathious, zooals adrenaline, coffeïne en andere. Uit de onderzoekingen van de‘Boer4) weten wij, dat de N. sympathious den tonus inde spier onderhoudt. Wij mogen dus aannemen, dat een vermeerdering van kreatine wijst op een toeneming van den spiertonus. Hiermede komt overeen de waarneming van Me 11 an b y 5), die in embryonale spieren vaneen konijn een met den leeftijd toenemende hoeveelheid kreatine vond. Bij mijn onderzoekingen 6) bij het embryo van het rund vond ik eveneens een regelmatige toeneming tijdens het foetale leven, terwijl kort na de geboorte, wanneer wij dus een ') J. C. Beker. Het voorkomen van kreatine en kreatinine in het lichaam van zoogdieren. Dissertatie Utrecht 1913. 2) Zeitsohritt f. Physiol. Chemie 1910. Bd. 69, S. 262. Verslag van de vergadering der Wis- en Natuurk. afd. der Kon. Akad. v. Wetensoh. 25 Maart 1916, Deel 24, 3) O. Eiesser. Arohiv f. exper. Path. u. Pharmakol. Bd. 80, Heft 3, 8.183. 4) De Boer. De tonische innervatie der dwarsgestreepte spieren: Ned. Tijdsohr. v. Gen. 1914. Bd. I, hl. 1421, 5) Journ. of Physiol. Vol. XXXVI, p. 447. «) L. o.

28

Sluiten