Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„qu’il y ait si peu d’observations chez I’homme sur les premiers „stades du corps jaune”. No vak vond onder de 137 corpora lutea, die hij kon onderzoeken, een ■ vijftal, die tot de jonge stadia gerekend konden worden. Bij drie daarvan kon hij den datum van de laatste menstruatie aanteekenen en wel 10—16 en 22 dagen te voren. Yan de twee overige was er een afkomstig vaneen operatie wegens carcinoma uteri, waarbij de patiënte 8 maanden lang gevloeid had, en de andere vaneen operatie wegens chronische pelviperitonitis, waarbij twee maanden lang onregelmatige bloedingen hadden plaats gehad. „Ces cinq specimens „de corps jaunes précoces sont uniques en ce sens que, dans chacun „de ces cas, les cellules épithéliales de la granulosa sont pour le „moins absolument intactes”. i) Uit de beschrijving der verschillende jonge corpora lutea blijkt wel zeker, dat het hoofdargument van de tegenstanders der epitheliumtheorie wegvalt. Wanneer nu nog kan worden aangetoond, dat de granulosacellen in luteïnecellen worden veranderd, dan is het verlangde bewijs geleverd, dat het corpus luteum uit epithelium wordt opgebouwd. En mijns inziens is dit bewijs geleverd door verschillende schrijvers, o.a. door Meyer, Schröder, Yovak, om het maar bij enkelen te laten. Bij het lezen van hun raededeelingen vinden wij 'telkens stadia terug, die in hoofdzaak overeenkomen met die, welke Sobotta in zijne publicaties over het onderzoek van het corpus luteum van de muis beschreven heeft. Een indeeling in verschillende stadia van ontwikkeling, zooals dit bij dieren mogelijk en zelfs gewenscht is, is bij den mensch wel theoretisch door te voeren, doch practisoh niet vol te houden „da sie (volgens Meyer) stark durcheinander greifen. „Man kanu jedoch einzelne histologische Stadiën festhalten, welche „neben einander vorkommen und fliessend ineinander übergehen, „jedoch wohl zur Eintheilung verwerthbar sind, sofern sie vorherr„schend angetroffen werden” 2). Gaan we nu zeer in het kort de ontwikkeling van het corpus luteum na, dan heeft dit op de volgende wijze plaats. *) 1. c. p. 491. No vak geeft ook een beschrijving van de verdere ontwikkeling van het corpus luteum en tracht het geschrevene duidelijk te maken door eenige reproducties van mikro-pbotographieën, die echter, zooals zoo dikwijls het geval is, allesbehalve aan het doel beantwoorden. Dat Nova k ook een voorstander is van de epithelium-theorie, moge blijken uit het volgende „Sans entrer dans le dé„tail des arguments pour et oontre, il estime que la balance penohe décidé„ment du coté de i’orgine èpithéliale des cellules a lutéine. (p. 497 498). – 2) 1. c. p. 382. Nederl. Tijdsein v. Yerlosk. en Gyn. XXVII. 7

97

Sluiten