Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„geschlechtsreifen Frau in allen Entwickelungsstadien”; en een beeld zooals hij in Pig. 17 weergeeft zag ik nimmer. Naar aanleiding van de bevinding, dat niet in eiken eierstok follikels van de Graaf in allerlei stadia van ontwikkeling aanwezig zijn, wat men toch bij iedere vrouw, die geregeld menstrueert, zou verwachten, heb ik mij afgevraagd: hoeveel tijd heeft een follikel noodig om tot rijpheid te komen? Op deze vraag heb ik nergens een antwoord kunnen vinden. Waarschijnlijk is het echter, dat dit snel geschieden kan. Follikelatresie. Inde beschrijving der verschillende ovaria noemde ik corpora atretica, evenals ik dit reeds in „het jonge ovarium” deed, regressieve producten van atretische follikels. Ik maak afzonderlijk melding hiervan, omdat inde beschrijving van verschillende onderzoekers deze naam gegeven wordt aan de atretische follikels zelf. Follikelatresie komt gedurende het menstruatietijdperk geregeld voor. Inde door mij onderzochte ovaria kon ik die bijna altijd aantoonen. In hoeverre ziekteprocessen, en welke processen, hierbij een rol spelen, heb ik uit mijn materiaal niet kunnen uitmaken. Wel werd gewoonlijk een vermeerderde atresie tijdens zwangerschap waargenomen, doch de mate, waarin die plaats heeft, loopt zeer uiteen. Op het einde der zwangerschap is het aantal atretische follikels grooter dan ineen vroeger stadium. In geen geval gaat bij den mensoh op, hetgeen Stratz1) bij Tupaja, Sorex en Tarsius waarnam, dat alle follikels tijdens zwangerschap atretisch werden en dat hij uit het voorkomen vaneen uitgebreide follikelatresie zwangerschap kon diagnosticeeren. Dat nu en dan follikelatresie in zeer sterke mate plaats kan hebben, kan blijken uit de beschrijving van ovarium X, waarvan ik hiernaast een afbeelding geef; dein dezen eierstok waar te nemen kleinere en grootere cysten zijn bijna alle in atresie overgegane follikels. Het bovenste ovarium is een afbeelding van n°. X, overlangs doorgesneden en de helften uiteen gehouden; het onderste is de helft van n°. XXXYIII. Beide ovaria zijn afkomstig van patiënten, die onder dezelfde omstandigheden overleden zijn (aan eclampsie kort na de bevalling). Uit de afbeeldingen blijkt: I°. het groote verschil in vorm en in grootte en 2°. het groote verschil in aantal der follikels. Ovarium X is daarenboven als een zeldzaam exemplaar te be‘) Tijdsohr. v. Verlost, en Gyn. 1917, p. 153.

146

Sluiten