Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blast, in verband met de mate van intoxicatie, zich geheel aan bij de elementaire begrippen der celphysiologie. De chemie heeft ons nog geen antwoord gegeven op de vraag, welke die stofwisselingsproducten van de trophoblast zijn. Het is nog niet gelukt ze te isoleeren; maar dat zij er zijn, staat vast. Yragen wij ons af, welke stoffen het zouden kunnen zijn en zoeken wij een analogie met andere cel producten in het moederlijk of kinderlijk lichaam, dan dienen wij ons te herinneren, dat de trophoblast hot eerste differentiatie-product is van de zich doelende cellen der raorula. Bij de vorming der blastula ontstonden uiteen ander deel het amnionepithelium en de kiemvlek, welke laatste zich weer differentieerde inde kiembladen, die den grondslag vormden voor de vrucht. Ontogenetisch staat dus de trophoblast een heel eind van de weefsels, waaruit de vrucht is opgebouwd, en bij gevolg nog verder van die der moeder, ten opzichte waarvan zij als een vreemdeling, een indringer, kan worden beschouwd. Heeft men zich nauwkeurig rekenschap van de plaats, die de trophoblast ten opzichte van de moederlijke weefsels inneemt, dan ligt het voor de hand, dat de normale stofwisselingsproducten van de trophoblast niet volkomen gelijkwaardig kunnen zijn met die der lichaamscellen van moeder of kind. Wij hebben te doen met „lichaams-vreemde” cellen, die naast eenvoudiger verbrandingsproducten hoogere afbraakstoffen leveren. Waar talrijke stofwisselingsproducten der gewone, lichaamscellen tot de eiwitten behooren, schijnt het allerminst gewaagd te veronderstellen, dat de intensief functioneerende trophoblast insgelijks eiwitachtige stofwisselingsproducten zal vormen, die echter ten opzichte der moeder „lichaamsvreemd” zijn. Dit wil dus zeggen, dat wij niet tot de syncytiolysinen van Yeit onze toevlucht behoeven te nemen, aangezien het uiterst waarschijnlijk is, dat gedurende de zwangerschap het moederlijk lichaam overstroomd wordt door vreemd eiwit; dat dit vreemde eiwit in eenig verband zou staan tot de zwangerschaps-intoxioatie, zou daaruit volgen, dat, zooals ik vroeger heb aangetoond, door de eerste zwangerschap een zekere mate van immuniteit intreedt. Tegen eigen eiwit wordt het lichaam niet immuun, wel tegen vreemd eiwit; de schijnbare tegenstrijdigheid, dat door de eerste zwangerschap een zekere mate van immuniteit optreedt, is daarmede dus verklaard. Yoor den eiwitachtigen aard, ten minste vaneen deel der zwangerschapsproducten, spreekt ook de reactie van Abderhalden, ofschoon die, zooals ook uit de onderzoekingen van Houdsmit1), in 'j Dissertatie: Amsterdam 1913.

192

Sluiten