Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijdig eierstokscarciuoqm, uitgaande vaneen follikelcyste bij molazwangerschap en aan een mededeeling van Tre u b over beklemming van den eenen uterushoorn bij zwangerschap inden anderen. Nijhoff kan voor zijn geval de plaats van uitgang niet aangeven, daar hij slechts een metastase op het peritoneum heeft onderzocht. Vervolgens doet Prof. Kouwer een mededeeling over ruptur'a uteri. Bij een VII p., die haar eerste en derde kind met, de andere zonder kunsthulp ter wereld bracht, werd de vroedvrouw geroepen, daar het vruchtwater was afgeloopen en tegelijkertijd de haring scheen te beginnen. Het hoofd werd los op den bekkeningang gevonden, de baarmoedermond voor twee vingers toegankelijk en de harttonen normaal. Zeven uren na dit eerste onderzoek was de ontsluiting volkomen geworden; thans lag het hoofd iets naar rechts afgeweken en bevond zich hiernaast een voetje. Om deze reden riep de vroedvrouw den dokter te hulp; intusschen werden de weeën thans stormachtig en hielden weldra geheel op, nadat te voren eenig bloed te voorschijn was gekomen. De vrouw braakte niet en collabeerde evenmin. De vroedvrouw vermoedde, dat er uterus-ruptuur was opgetreden, en de inmiddels verschenen artswas van dezelfde meening. Deze tamponneerdode vagina met eenig jodoformgaas, diende pantopon toe en zond de patiënte uit de provincie naar de kliniek. Zij kwam hier s'/i uur na het ontstaan der verscheuring aan: wij stelden dezelfde diagnose. De pols der vrouw was redelijk; er bestond een lichte graad van bloedeloosheid. Zij kreunde een weinig, had éénmaal gebraakt en vertoonde een sterk opgezetten buik, die bij betasting overal matig pijnlijk was. Rechts was zeer, duidelijk de foetus voelbaar, terwijl wij links achter den ledigen uterus meenden te voelen. Het beeld, bij betasting verkregen, was echter alles behalve typisch en bij de operatie bleek de toestand geheel anders te zijn. Inwendig werd een voetje gevoeld. Bij de onmiddellijk (d. w. z. 7 uren na het ontstaan der ruptuur) verrichte operatie werd veel bloed inde buikholte gevonden. Het groote kind, 4000 gr. wegend, lag vóór de baarmoeder, die geheel naar rechts achter was verdrongen, met het hoofd rechts, de stuit links en één been nog inde baarmoeder. Ook de placenta lag nog gedeeltelijk inden uterus. De bloeding stond thans. De opvatting van de Sn 00, ineen der vorige vergaderingen verkondigd, dat de bloeding onderhouden wordt door de niet volledige uitdrijving der placenta, vond in onze waarneming dus geen steun, evenmin dus zijn raad, als eerste maatregel, nog vóór de operatie, de placenta uitte drukken, hetzij naar buiten, hetzij naar de buikholte! De scheur liep inden linker zijkant der baarmoeder van dicht bij de

251

Sluiten