Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook dooi* verschillende andere sprekers) is de mechanische verklaring daarvan verdedigd. Ik kan mij echter in het geheel niet vereenigen m,et de theorie der stenose, en met name loochen ik het bestaan vaneen pathologische sintel)ox io uteri, afgezien van die zeldzame gevallen, waarin de uterus in adhaesies ligt opgesloten en samengeknikt. Dezen vorm van anteflexio hebben trouwens de voorstanders geen van allen op het oog. Men vindt herhaaldelijk de sterkste graden van anteflexie bij virgines en ook wel bij vrouwen, die gebaard hebben, zonder eenig ziekteverschijnsel. Welk recht heeft men nu die knikking in gevallen van dysmenorrhoe of steriliteit wel als oorzaak hiervan op te vatten, waar andere wijzen van verklaring voor het grijpen liggen en ook in deze vergadering zijn genoemd? Ik sluit mij hoofdzakelijk aan bij het betoog van den heer Wesselink: de uterus reageert abnormaal, met pijn, op de menstruatie, omdat of de prikkel, die de uterusspier beheerscht, abnormaal is (invloed van endocrine klieren, abnormale functie van het autonome zenuwstelsel), of de uterusspier abnormaal reageert (infantilismus of andere ontwikkelingsfouten), of de vrouw abnormaal reageert op de onaangenaamheden van de menstruatie. Wat dit laatste betreft, zoo meen ik, dat wel bij iedere vrouw, wier menstruatie met pijn gepaard gaat, noodzakelijk een overdreven opvatting van haar ellende moet ontstaan; zij verwacht die telkenmale weder met volstrekte zekerheid, weet van te voren, hoezeer zij daardoor zal worden gestoord in haar werk en in haar genoegens, en is dus bijna voortdurend zoozeer vervuld van haar kwaal, dat het niet anders kan, of deze groeit voor haar aan tot een obsessie. Dit stempelt haar nog niet tot een hysterica, ofschoon vaak genoeg de verschijnselen van hysterie niet ontbreken. De huisgenooten werken onbewust dikwijls er toe mede, dat het meisje met dysmenorrhoe tot een martelares wordt verheven, om welke als het ware het geheele huishonden draait. Verder ben ik van meening, dat de prikkels, die uitgaan van het endocrine stelsel, of dat de wijze, waarop het autonome zenuwstelsel hierop reageert, van grooten invloed kunnen zijn op het gedrag van den uterus. Wat dit orgaan zelf aangaat, wil ik wijzen op de menigvuldigheid van ontwikkelingsfouten. Houdt men rekening met deze beschouwing, en ik meen, dat zij dit verdient, dan is er niet veel plaats voor de opvatting, dat stenose een rol zou spelen. Wel kan ik dan den hysterospasmus, door den heer Mendes de Leon genoemd, aanvaarden. Voor de keuze der behandeling volgt hieruit, dat ik iedere plaatselijke behandeling, die strekken van den uterus, verwijden van het halskanaal of behandeling van het endometrium beoogt, met stelligheid

310

Sluiten