Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

patiënte in Juli ’18 in het Diakonessenhuis te Utrecht opgenomen; de tong vertoont groote, donkere, hlauwroode, glanzende vlekken, vooral aan de onderzijde en aan de kanten (voornl. punt); aan de bovenlip in het midden eene granuleerende eftlorescentie, die bij aanraken zeer snel bloedt. Collega de Kleyn vond enkele kleine blaasjes met geel vocht gevuld aan linker tongrand achter; ook aan de onderlip rechts van het frenulum twee kleine nog niet geopende blaasjes; tubair gedeelte van de rhino-pharynx geringe vergroeiingen van tubair slijmvlies met rhino-pharynx, verloopende als twee smalle strengen van de tuba tot het dak van de rhino-pharynx. Het slijmvlies van den mond is zoo gevoelig, dat patiënte geen prikkelende stoffen kan gebruiken en alléén papkost kan nuttigen. Op het lichaam (hals, borst, arm) ontstaan enkele, kleine, papuleuse vlekjes, die meestal na een paar dagen verdwijnen; op de beenen zijn kleine, witte litteekens te zien, herinnerend aan de oude pemphigusblazen. Het onderzoek der borst- en huikorganen leverde geen afwijkingen op; urine geen eiwit, geen suiker, wel urobiline. Wassermann negatief. Therapie: vegetarisch dieet (wel melk), tabletten van corp. lut. en ovarium, bedrust. Het verloop was gunstig; de slijmvliesaandoeningen verdwenen, de papulae droogden op; nieuwe efflorescenties ontstonden niet; 1 Aug. vertrok patiënte. In de eerste week van Aug. trad de menstruatie op; dadelijk daarna ontstonden groepsgewijze eenige papeltjes; van daar uit ontwikkelde zich onder de epidermis een proces, waarbij zich vocht verzamelde en waardoor een groote, slappe blaas ontstond, gevuld met sereus vocht; deze blaas had eene afmeting van 6 bij 8 c.m.; het proces kroop herpetiform verder; in het centrum, waar de papulae ontstonden, was geen vocht aanwezig; deze huidaandoening (pemphigus) jeukte erg en veroorzaakte een brandend gevoel. Den 17den Sept. werd patiënte weder in de kliniek opgenoraen, daar het mondproces zeer veel verergerd was bij de laatste menstruatie (± 7—-12 Sept.); op den tweeden dag der menstruatie vertoonden zich talrijke blaasjes op het slijmvlies van tong, wangen, lippen en keel; de blaasjes gingen spoedig open; op de lippen ontstonden zwarte korsten; collega de Kleyn vond op beide lippen groote uloera omgeven door een rooden rand (duidelijk waar te nemen na spoelen met fluorescine-oplossihg); hetzelfde werd waargenomen op en aan de randen van de uvula, op de tong, wangslijmvlies (beiderzijds), mondbodem; op de punt van de tong typische, kleine epitheliumdefecten ter grootte van een speldeknop met grijs beslag, omgeven door een veel broederen, rooden hof (eerste stadium na blaas-opening),

11

Sluiten