Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

halskanaal als een wig ingedreven, bovendien houdt zij het geopende ostium in de weeënpauze open. Als bewijs hiervoor moge gelden het samenvallen van het ostium, zelfs na volkomen ontsluiting, na het breken der vliezen bij afwezigheid van een indalend voorliggend deel. De vaginaalspieren hebben ook haar aandeel in het openen van het halskanaal en dienen bovendien tot het fixeeren van de cervix bij volkomen ontsluiting, wanneer dus de ©verrekking van het O. ü. 8. begint bij gebrek aan compenseerend weefsel van de portio. "Wesse 1 ink vraagt, waarom de 8no o meent, dat minder bloed naar de cervix stroomt tijdens een wee. Kouwet. De beschouwingen van den heer de Sn o o geven ook mij aanleiding tot eenige opmerkingen. In de eerste plaats ben ik van meening, dat hij te uitsluitend aan den met vocht gevulden eizak de ontplooiing van het O. U. 8. en de cervix toeschrijft. Met de wijze, waarop hij zich de werking der hydraulische krachten denkt, vereenig ik mij in hoofdzaak; tevens zou ik echter de aandacht willen vestigen op de merkwaardige bouworde van de uterusspier, die bij de zwangere baarmoeder voor ons toch wel wat duidelijker wordt dan zij buiten de, zwangerschap schijnt. Ofschoon voor anatomische demonstratie slecht toegankelijk, leert de klinische waarneming ons het bestaan van ten minste twee min of meer antagonistisch werkende groepen van spierbundels, waarvan de eene, kringsgewijs gerangschikt, zich verzet tegen de in lengterichting gerangschikte, welke naar verwijding der cervix streven. Bij den strijd tusschen deze twee groepen behalen de als verwijders op te vatten longitudinale groepen ten slotte de overhand, niet doordat de sphincteren verlamd worden, ophouden zich te contraheeren, noch doordat zij verscheurd worden, maar doordat zij gedwongen worden van plaats en van richting te veranderen. Hierdoor verliezen zij haar vermogen, nog als sluitspieren dienst te doen. De verschuiving der spierbundels ten opzichte van elkander speelt een zeer groote rol in den arbeidenden uterus. Het duidelijkst openbaart zich dit in dien welbekenden toestand, waarin de baarmoeder komt te verkeeren bij dreigende uterus-ruptuur met maximaal gerekt O. ü. 8. en hoogstaanden contractiering. In dien toestand is een groot gedeelte van de musculatuur, die eerst de cervix vormde, verschoven in de richting van het corpus uteri en opgegaan in den wand van dit deel der baarmoeder. Hot begin der verschuiving heeft reeds plaats in de zwangerschap, lang voordat het kind wordt geboren, en wel op deze wijze, dat een gedeelte van de buitenste lagen der cervix zich voegt bij het gebied, dat men als isthmus uteri betitelt.

139

Sluiten