Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch is het opmerkelijk, dat enkelen een snellen groei met spoedige metastasen-vorming in de vagina en de parametria aanhalen, terwijl anderen een zeer langzaam voortkruipen hebben waargenomen. Metastasen in de organen op afstand, ook bij die gevallen, waar de tumor niet meer verwijderd kon worden en waar tenslotte het geheele kleine bekken door de kankermassa was opgevuld, zijn nooit gevonden. Het maligne adenoom is dus een gezwel, dat in de cervix zeer zelden voorkomt. Gebhard vermeldde in 1896 zes beschreven gevallen, ïïermann bracht het in 1902 tot zeventien; Sar ah Ry ss, in haar dissertatie 1913, tot dertig. Toch mag men aannemen, dat zij meer voorkomen, dan hierover in de literatuur geschreven is. Zoo deelde Dr. K. de Sn o o op de vergadering der Ned. Gynaec. Yereeniging van 1920 het volgende geval mede: een kratervormige uitholling van de cervix, bij een sterk bloedende vrouw, waardoor snelle verwijdering van de baarmoeder noodzakelijk was, bleek door een adenoma raalignum (mikroskopisch) te zijn gevormd. Het hieronder beschreven geval is het eerste, dat in meer dan twintig jaren in de Utrechtsche kliniek voorkwam, sedert prof. Kou we r do leiding op zich nam: Mej. v. L.—K., 49 jaar oud, werd door haren huismedicus naar de gynaecologische polikliniek gezonden, omdat er na twee maanden amenorrhoe — tevoren had zij steeds geregeld gemenstrueerd — een vrij hevige bloeding optrad. Er werd een gestrekte, kloeke uterus gevonden, met een portio vaginalis; die den indruk maakte plomp, oylindervormig en hard te zijn, doch waarvan geen weefsel was af te krabben. Op 12 October 1920 werd zij in de kliniek opgenomon, waar zij het volgende mededeelde; De menses waren begonnen op haar twaalfde jaar, kwamen om de maand, duurden 3 tot 4 dagen, waarbij zij vrij veel bloed verloor, zonder pijn. In haar twee en twintig-jarig huwelijk maakte pat. zeven haringen en twee miskramen door, den laatstcn abortus in 1910, de laatste bevalling in 1915. Zij was steeds gezond, menstrueerde geregeld, totdat, om de hierboven genoemde redenen, haar een specialistisch onderzoek werd aangeraden. Pat. heeft geen last van fluor albus. In den laatsten tijd is zij iets vermagerd. Onderzoek: Algemeene toestand voortreffelijk; beenderstelsel en spieren goed ontwikkeld; geen oedemen. Temp. 36,°6, pols 104. Pupillen reageeren goed; geen afwijkingen aan de slijmvliezen

170

Sluiten