Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Spreker merkt op, dat de primaire mortaliteit der wegens ovariumcarcinoom geopereerde vrouwen, zelfs wanneer men, zooals uit bovenstaande mededeelingen blijkt, met ver voortgeschreden gevallen te doen heeft, zeer gering is (in de laatste vier jaren opereerde hij 24 vrouwen met één sterfgeval). Hij meent daarom, dat men, wanneer eenigszins mogelijk, nog moet opereeren, al kan de operatie niet radicaal zijn, en met stralen nabehandelen. Want, al verkrijgt men ook lang niet altijd een blijvende genezing, meestal gelukt het de patiënte voor geruimen tijd van haar lijden te verlossen. Omtrent de blijvende resultaten kan hij nog niets meededen. Daarvoor is de tijd van waarneming bij de meeste patiënten nog te kort. Vervolgens vertoont spreker: 2. Een uterus met een zeer uitgebreid corpuscarcinoom, afkomstig van een 62-jarige vrouw, die reeds twee jaren vloeide, voordat zij met goed gevolg per laparotomiam geopereerd werd. Die uterus (2 a en b) vertoont de eigenaardigheid, dat de geheele cervix is verstreken en er een onderste uterussegment gevormd, dat opgevuld is met een carcinoommassa. De uteruswand was nog nergens doorgevreten; er waren geen metastasen. Mikroskopisch: typisch kliercarcinoom. 3. Een uterus met chorioepithelioma malignum, afkomstig van een vrouw van 20 jaar, die twee maanden te voren van een levend kind was bevallen. De placenta was spontaan geboren, zou niets bijzonders vertoond hebben. Drie weken p. p. ging zij vloeien, waarom zij eenige dagen later gecuretteerd werd, waarbij enkele placentaresten werden verwijderd. Drie weken daarna herhaalde zich de bloeding: pat. werd weder gecurretteerd, waarbij weer placentaweefsel voor den dag kwam, dat niet nader werd onderzocht. Toen een week later weder wat bloed voor den dag kwam, onderzocht spreker patiënte zelf, vond den uterus vergroot, curetteerde nogmaals en verwijderde onder sterke bloeding nog wat weefsel, dat mikroskopisch uit zeer sterk gewoekerde cellen van Langhans en syncytium bleek te bestaan, zonder één enkele vlok. Bij de uterusextirpatie per laparotomiam bleek, dat het chorioephithelioom tot in de aderen van het rechter parametrium was doorgedrongen. Dit werd zoo uitgebreid mogelijk geëxtirpeerd en patiënte werd later bestraald. 4. Een tweeling zwang er schap, waarvan één ei in een zeer groote mola is veranderd, terwijl het andere een volkomen normaal ei van vier maanden is met een normale placenta en een vruchtje van 15 cM. De baarmoeder had de grootte van een uterus gravidus van 8 maanden. Spreker wijst er op, hoe dergelijke waarnemingen er voor pleiten, dat de oorzaak der molavorming in het ei en niet in het baarmoederslijmvlies of elders in het moederlichaam te zoeken is.

202

Sluiten