Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den onderbuik en ’s nachts vóór de opneming heftige pijn, collaps, enz. Laparotomie; tuba-ruptuur. Moet men nu toch aannemen, dat de verklaring van Th erin ae hl en juist is, of is ook de haematine-proef onbetrouwbaar? Ook de laatste ziektegeschiedenis is interessant: Obs. XXII. 3 Weken geleden vermoedelijk abortus gehad, althans er is een „Blasé” geboren, doch op nadere bijzonderheden is niet gelet. De abortus werd opgewekt door zit- en voetbaden. Sindsdien nu en dan fiuxus. Status praesens: „Blasse, nicht empfindliche Frau mit etwas gespanntem, nicht druckempfindlichem Leib, in dem man ca. handbreit unterhalb des Nabels eine derbe Resistenz palpiert, die aus dem kleinen Bekken aufsteigt. Grynaecologischer Befund: Die hintere Scheidenwand wölbt sich als prall-elastischer Tumor von fast Faustgrösse im Scheidenlumen vor; nach oben reicht der Tumor, dessen oberer Rand ca. 15 c.M. breit ist, bis 8 Querfinger unterhalb des Nabels. Der Uterus selbst ist von diesem Tumor nicht ab zu grenzen”. Bij het insnijden in het laquear posterius komt donkerrood, vloeibaar bloed, zonder coagula te voorschijn. Thormaehlen zegt, dat hij niet heeft kunnen uitmaken, of deze bloedmassa gekomen was uit een ectopischen vruchtzak, dan wel uit een baarmoeder-ader of uit een corpus luteum of misschien uit een wonde, veroorzaakt door perforatie van het laquear posterius bij poging tot het misdadig opwekken van een abortus. Afgezien van de kans van waarschijnlijkheid dezer veronderstellingen, zoude in al deze gevallen het bloed zijn uitgestort in het peritoneum en dan had er resorptie moeten hebben plaats gehad, dus haematine in het serum moeten zijn aan te toonen. Ik zou voor dit geval een andere verklaring willen geven: is er werkelijk een haematocele aanwezig geweest, onverschillig waardoor dan ook veroorzaakt, dan is het mogelijk dat deze, waar de bloeding dan reeds eenige weken geleden had plaats gehad, omgeven was door een dikken fibrine-wand, die verdere resorptie van het bloed belette. Hierop wijst ook wel de „derbe Resistenz” en „prall-elastischer Tumor”. Maar veel meer waarschijnlijk en ook meer in overeenstemming met de anamnese lijkt mij, dat hier in ’t geheel geen haematocele bestond, doch een groote, ongerepte corpus-luteum-cyste of follikel-luteïne-cyste, die

267

Sluiten