Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met metastasen in beide ovaria, het omentum en achter de flexuur. Tegen de veronderstelling, dat wij met een primair ovarium-eareinoom te doen hebben, pleit ook de volkomen vrije bewegelijkheid der beide, nog geheel in hun tunica albuginea ingekapselde ovaria. Spreker herinnert naar aanleiding dezer demonstratie aan een soortgelijk geval, dat hij in 1920 heeft medegedeeld en waar vaneen corpus-carcinoom uit metastasen in beide ovaria en van daaruit in het omentum waren opgetreden. Deze praeparaten worden nog eens vertoond. Vervolgens deelt spreker een geval van Sectio Caesarea mede wegens een met dermoidbrei gevulde cyste tusschen blaas en bekkenwand. De betreffende vrouw (1921 Y°. 357), 36 jaar oud, werd in partu. opgenomen wegens een cysteusen tumor, die deindaling van het hoofd belemmerde. Zij was voor de 4de maal zwanger. De beide eerste malen was foreipaal een levend kind geëxtraheerd. De 3de maal was door Yen E. een dood kind ontwikkeld. Pat. was a terme, de uterus puilde voor den ribbenboog uit. Het hoofd was boven den bekkeningang te voelen, doch voor het hoofd, boven de symphysis, bevond zich een elastische weerstand, die het onderzoek naar den stand van het voorliggend deel bemoeilijkte. Harktenen goed. De ontsluiting was 7 0.M., de cervix stond echter sterk naar achter en wat naar links. Yoor en rechts puilde de vaginaal-wand naar beneden uit dooreen cysteusen tumor, die zich halvemaansgewijze tusschen hoofd en bekkenwand bevond. Bij catheteriseeren kon de eatheter links van den tumor gevolgd worden en scheen het, dat hij zich tusschen cyste en schaambeen bevond. Derhalve meenden wij met een intraperitoneale cyste te doen te hebben, waarom getracht werd de cyste terug te duwen, doch te vergeefs. , Daarom werd overgegaan tot sectio caesarea. Bij het openen van den buik was vaneen cyste niets te zien. De uterus werd in het onderste deel geopend, kind en placenta verwijderd en de wond weer gesloten, waarna een onderzoek werd ingesteld naar den aard der baringsstoornis. Dan bleek, dat zich tusschen de blaas en de symphysis een peervormige cyste bevond, retroperitoneaal dus, ter grootte vaneen flinken sinaasappel, onbewegelijk. Er werd een poging gedaan haar uitte pellen, waartoe het peritoneum van de blaas werd gekliefd, doch het gelukte niet een eigen cystewand te isoleeren. Bij deze pogingen werd de cyste geopend, waaruit zich een breiachtige massa ontlastte, die mikroskopisch uit vet en detritus bleek te bestaan, zonder epitheliumcellen. Er werd van boven af een opening naar de vagina gemaakt, waar door heen het uiteinde vaneen tampon werd geleid, waarmee de cyste werd

100

Sluiten