Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(van wie er 48 stierven) en 609 met of na abortus (van wie er 22 overleden). Verder zijn er onder begrepen 317 vrouwen, die korter of langer tijd inde zwangerschap verpleegd zijn, doch vóór de bevalling de kliniek weer verlieten (in deze groep zijn tevens 2 vrouwen begrepen, die onverlost inde kliniek gestorven zijn). Zoo blijven er dus 4789 vrouwen over, die vroegtijdig, of a terme bevallen en van wie er 86 overleden zijn. En zelfs het zoo berekende percentage van 1.79 °/c geeft nog een geheel onjuist beeld, daar hieronder bijvoorbeeld vrouwen zijn, die thuis reeds langen tijd barende waren, bij wie reeds pogingen tot kunstmatige verlossing waren aangewend en bij wie soms zelfs reeds een uterusruptuur tot stand was gekomen. Ter wille van de overzichtelijkheid heb ik het materiaal in groepen verdeeld en ik zal eerst die gevallen meededen, waar de doodsoorzaak een reeds bestaand ziekteproces was en de vrouw dus niet rechtstreeks ten gevolge van haar zwangerschap, haring of kraambed gestorven is, al is het natuurlijk uiterst moeilijk na te gaan, of en in hoeverre b.v. een bestaande tuberculose of een reeds aanwezig hartgebrek invloed ten kwade heeft ondervonden door het voortplantingsproces, I. TUBERCULOSE. Bij de obductie bleek, dat in niet minder dan 12 gevallen de oorzaak van den dood een tuberculeus proces was, een proces, dat wij niet in al deze gevallen tijdens het leven als zoodanig herkend hebben. In 6 gevallen heeft zich, meestal dadelijk in aansluiting aan de bevalling, bij vrouwen, die meerendeels in de zwangerschap of daarvoor slechts geringe klachten hadden, een miliaire uitzaaiing voorgedaan, en het is juist bij deze vrouwen, dat de sectie ons voor de grootste verrassingen plaatste. Zij mogen hier eerst vermeld worden. a. Miliair tuberculose. Toe. 1909—283. lll-p. 27 j. De vorige bevallingen van deze vrouw zijn goed afgeloopen en in deze zwangerschap heeft zij zich gezond gevoeld. Ook deze bevalling beliep voorspoedig onder leiding der Verlosk. Polikl., doch reeds den 2<ten dag steeg de temperatuur onder koude rillingen en begon de vrouw te hoesten. Vier dagen later, 29 Oct., werd zij inde kliniek opgenomen. De hooge koorts en de zich uitbreidende long verschijnselen bleven het ziektebeeld beheerschen; inden buik werd, behalve dat de baarmoeder zeer groot bleef, niets ziekelijks gevonden. De long-

129

Sluiten