Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschijnselen werden opgevat als de uitingen vaneen pneumonie; er was geen pleuritis; sputum werd niet opgegeven. Van 10 Nov. af neemt de buik in omvang toe en krijgt de vrouw diarrhoe, doch pas op 29 Nov. begint patiënte over buikpijn te klagen. De toestand gaat nu snel achteruit en de vrouw sterft 1 Dec., 37 dagen na de bevalling. De lijkopening gaf nu te zien; miliaire longtuberculose (geen pleuritis), tuberkelmassa’s op lever, nieren, milt, mesenterium en darmserosa. Enkele tuberculeuze zweren in den dikken darm. Rondom den uterus is een afgekapseld absces, dat de baarmoeder op zoo bedriegelijke wijze omhulde, dat zelfs in cadavere bij bimanueel onderzoek alleen de indruk vaneen overgrooten uterus werd opgewekt. In enkele oppervlakkige ulcera, die aan den binnenkant der baarmoeder waren gezeteld, werden tuberkels gevonden; eveneens inde verdikte tubae. Wat ons hier het meest treft, is dus de door ons miskende miliaire tuberculose en de miskenning van den werkelijken anatomischen toestand der geslachtsdeelen. Toe. 1917—347. l-p. 21 j. De vrouw was gedurende 10 dagen bij haar huisarts in behandeling voor buikpijn, toen zij den Iflden Augustus de hulp van de Yerlosk. Polikl. inriep, nadat zij spontaan bevallen was; de foetus woog 700 gr. en de placenta was volledig. De vrouw had geen koorts (37.5), de buik was niet opgezet of pijnlijk. Omdat de temperatuur opliep, werd patiënte 3 dagen later opgenomen, matig ziek, doch met een temperatuur van 40.2 en een polsfrequentie van 152. De longen waren R. a. o. gedempt; daar ter plaatse hoorde men geen ademgeruisch en in de linker flank droge rhonchi. De buik was wat opgezet, overal tympanitisch bij percussie, doch bimanueel onderzoek was door de spierspanning onmogelijk; inden bovenbuik en links boven het ligament van Poupart bestond pijnlijkheid bij drukking. Hoofdzakelijk op grond van deze pijnlijkheid en de spierspanning werd de diagnose gesteld op een intraperitoneaal ontstekingsproces. De temperatuur bleef nu bij voortduring hoog; bacteriologisch bloedonderzoek gaf een negatieve uitkomst; herhaalde pleurapunctie werd zonder resultaat verricht. Eerst 2 Sept. werd het duidelijk, dat er etter inde buikholte was, en werd er rechts onder een groot coliabsces geopend en gedraineerd. Hoewel er weldra bijna geen etter meer kwam, had dit niet den minsten invloed op de temperatuur, evenmin als de kolpotomie ter wille vaneen vaste massa, die men op het voorste gewelf voelde en als retentie beschouwde. Den 10den Sept. stierf de vrouw.

Bij de obductie bleek nu, dat beide longen vol tuberkels zaten,

130

Sluiten