Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

levend kind van 2210 gram. Het kraambed was ongestoord tot 29 Maart: toen steeg de temperatuur onder koude rillingen tot 39.5, zonder dat hiervoor een oorzaak te vinden was. Den volgenden dag was de onderbuik pijnlijk en verloor de vrouw stinkende, purulente lochia. Den 4den April voelde men bij inwendig onderzoek links en achter in het gewelf een vagen weerstand en nog een week later in het cavum Douglasi een vaste, onpijnlijke massa, die vaag begrensd was en tot ongeveer 3 vingerbreedten boven de symphysis reikte. Een dag later, 11 April, wTas de geheele buik pijnlijk en braakte de vrouw, zoodat waarschijnlijk een perforatie naar de vrije buikholte dreigde of reeds ontstaan was. Daarom werd kolpotomie verricht, waarbij een geelwitte tumor geïncideerd werd en veel etter ontlast werd. De toestand verbeterde echter niet. Den 14<len April kreeg de vrouw plotseling pijn inde linker zijde en een aanval van benauwdheid (embolie?); 3 dagen later stierf zij. Bij de obductie werd in de longen, afgezien vaneen gering oedeem, niets gevonden: geen haardprocessen, geen vergroote hilusklieren. Hart, milt en nieren normaal. Lever: troebele zwelling. Inde buikholte is veel dunne, bruingroene etter. Omentum en darmen zijn met elkaar samengekleefd en op de vrije gedeelten zijn roode strepen te zien. Het colon sygmoideum is dooreen oud proces met den linker bekkenwand vergroeid. Tegen den linker achtersten bekkenwand aan bevindt zich een oud absces met dikke membraan, dat per kolpotomiam geopend is, en dat geen communicatie heeft met de vrije buikholte. Het sygmoied is gemakkelijk van deze abscesholte los te maken. Het linker ovarium, dat met de baarmoeder en darmen vergroeid is, bevat eenige abscessen. Het is ook vergroeid met de linker tuba, die een dikken wand heeft, doch geen etter bevat. De rechter adnexa zijn normaal, evenals de uterus, waarin geen placentaweefsel achtergebleven is en die geen endometritis vertoont. Bij mikroskopisch onderzoek is niets van specifieke ontsteking gevonden; tuberculose, noch gonorrhoe konden worden aangetooud. Al moge de oorsprong van deze abscessen in het duister blijven, zeker is het, dat een oude, reeds lang tot rust gekomen tuberculose niet onaannemelijk is. Een puerperale infectie in eigenlijken zin heeft hier niet bestaan. 11. PNEUMONIE. Een tweede groep van vrouwen, die gestorven zijn tengevolge vaneen ziekte, die de zwangerschap of het kraambed compliceerde, vormen zij, die aan pneumonie te gronde zijn gegaan.

139

Sluiten