Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij op advies van haar huisdokter een chirurg geraadpleegd, wegens een paar knobbeltjes, die zich in en om den navel hadden ontwikkeld. Deze had de diagnose gesteld op een goedaardig fibro-sarcoom en iedere behandeling ontraden. Daarna was langzamerhand de buik dikker geworden en had patiënte maagbezwaren gekregen. Om den navel bevond zich een complex van knobbeltjes, waarvan de grootste erwtgroot, bedekt door en vergroeid met de huid, die wat roodachtig was verkleurd. Die knobbeltjes zouden sinds December niet grooter zijn geworden. Inden buik is een groote hoeveelheid ascites, van tumoren is niets te voelen. Per vaginam bleek, dat zich achter de portio vaginalis een tumormassa bevond, die per rectum nog veel duidelijker waste voelen en van den rechter tot den linkerwand reikte. Bimanueel onderzoek was door de sterke opzetting van den buik niet mogelijk. De diagnose werd gesteld op een malignen ovariumtumor met metastasen, en er werd besloten tot laparotomie. 12 Apriloperatie: De navel met omgevende knobbeltjes werd geëxtirpeerd. Na afloopen vaneen enorme hoeveelheid geel gekleurd vocht, bleek dat er links een vuistgroote ovariumtumor was, waarom de buik verder werd geopend, om de genitalia te extirpeeren. De ovariumtumor was gedeeltelijk solide, gedeeltelijk cysteus, vergroeid met het bekkenperitoneum en den uterus. Op het peritoneum bevonden zich talrijke kleine knobbeltjes en een grooter, rechts voor boven de symphysis, dat werd geëxstirpeerd. Ofschoon vaneen radicale operatie geen sprake kon zijn, werd toch besloten totaalexstirpatie te doen, met de bedoeling na te bestralen. Uterus en adnexa werden zonder moeite geëxstirpeerd, doch daarbij moest een breede tumor, die achter de vagina zat, eerst worden achtergelaten en vervolgens met een stuk vagina afzonderlijk worden geëxstirpeerd. Daarover werd een peritoneaaldak gemaakt en de buik gesloten. Patiënte reageerde nauwelijks op dezen ingreep en kon na drie weken worden ontslagen, waarna zij werd bestraald. De verschillende tumoren werden mikroskopisch onderzocht, waarbij alle hetzelfde beeld vertoonden, n.l. een bindweefselstroma, waarin grootere en kleinere holten, bekleed met sterk gewoekerde, onregelmatig gerangschikte epitheliumoellen. Het typisch beeld van de adenofibrosis met dit verschil, dat de klierholten niet met één rustige laag epitheliumoellen waren bekleed, doch met epitheliumoellen, die een duidelijk maligne karakter hadden aangenomen. Alleen maakten hierop de achter de vagina gelegen tumoren een uitzondering, in zooverre, dat wij hier geen met epithelium bekleede holten vonden, doch

249

Sluiten