is toegevoegd aan je favorieten.

Het Noorden in woord en beeld, jrg 17, 1941, no 30, 03-10-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOUDT DEN VEESTAPEL GEZOND.

BESTRUDT SCHURFT EN RUNDERHORZEL! VERWIJDERT TUBERCULEUZE RUNDEREN!

nog wat bezig geweest en stond zoodoende opeens voor hem. Ik groette heel luchtig en liep door. Daar komt die halve igare opeens achter me aan hollen en geeft als zijn meening te kennen, dat ik veel te nieuwsgierig ben naar de plaatsen, waar hij zich bevindt. Ik diende hem van repliek en in no time was het knokken geblazen. Helaas kon Kate... ze zou om drie uur hier zijn, maar welke vrouw is ooit op tijd?... zich niet weerhouden er tusschen te komen. Maar het eind van het liedje was toch, dat ik hem tegen den grond werkte, al was het met groote moeite. Maar nu heb ik den indruk, dat die Fross wel degelijk iets te verbergen heeft... Waarom zou hij anders 200 opgestoven zijn?"

Mr. Horace Wittington zette zijn hoornomrande bril af, wreef met zijn zakdoek over zijn kale hoofd en knikte nadenkend.

,,'t Is mogelijk!" zei hij. „Maar... zou je denken, dat hij er gelegenheid toe heeft?"

,,Beslist," verklaarde Ed. „Zelfs meer dan de lui, die op het kantoor zitten... Tim Fross is altijd in de buurt van het water..."

Mr. Wittington poetste aan zijn wang. Hij zag er door de warmte wat opgeblazen uit. ,,'t Is te hopen, dat je gelijk hebt, Fordice... Het wordt hoog tijd dat we eindelijk eens een vastigheidje krijgen... Daar komt Kate!"

Ze was als een plaatje. Mr. Wittington glimlachte tegen haar en toonde veel belangstelling voor de uitdrukking in haar oogen, toen ze Ed toeknikte.

„Als ik me niet vergis, zijn jullie er in geslaagd kennis met elkaar te maken," zei hij. „Heb jij iets te rapporteeren, Kate?"

„Niets... Maar dat is het juist," verklaarde Kate. „Als u mij vraagt, is iedereen op 't kantoor van „Yessel en Wilbury" buiten verdenking. Ik

(Foto Polygoon-v. Bilseo) ben er nu drie weken, doch ik heb nog niets opgemerkt, dat aanleiding kan geven tot bepaalde ver moedens..."

„Wijst dus weer in de richting van Eds meening," veronderstelde Mr. Wittington. „Wat wil je, Fordice? Dat ik Fross laat schaduwen of denk je dat karweitje zelf op je te kunnen nemen?"

„Ik zou het vervelend vinden om voor spek en boonen met kisten te sjouwen," zei Fordice. „Ik werk me een ongeluk om ergens achter te komen en dan zou een ander de smakelijke vruchten voor mijn neus wegplukken?"

„Je mag niet egoïstisch zijn," vermaande Mr. Wittington. „Hoofdzaak is, dat we dien handel den kop indrukken en door wiens toedoen dat gebeurt is van minder belang... Tenzij het natuurlijker eenvoudiger is, dat jij... of jullie je er voor spannen... Ja, 't lijkt me toch beter! Kun jij niet in contact komen met Fross, Kate?" Ze weifelde.

,,'t Is moeilijk, Mr. Wittington... 't Zijn ruwe luidjes... Maar ik wil het probeeren..."

„Nee... dat gaat niet, Kate!" wierp Fordice tegen.

„Jaloersch?" lachte Kate. „Misschien ook een beetje," antwoordde Fordice. „Maar een vent als Fross is tot alles in staat... Hij heeft een rebelsche natuur..." „Jij bent een lieverdje", schamperde Kate. „Slaat groote mannen tot pap!"

„Juist! Dat zou jij niet kunnen!" beweerde Ed.

„Dat hoeft ook niet..." weerlegde Kate.

„Ja, houdt maar op met ruzie maken. Dat heeft geen zin", kwam Mr. Wittington tusschenbeide. „Ik weet het goed gemaakt. Aangezien we momenteel nog te weinig weten, kunnen we geen doeltreffende maatregelen nemen. Ik zal nog een week

afwachten... Doen jullie intusschen, wat je kunt..."

„Dat beteekent dus, dat u ons maar laat tollen... En als we over een week nog niets hebben bereikt, zijn we in uw achting gedaald..." meende Ed.

„Vat het op, zooals je wilt... En amuseer je intusschen!" maakte Mr. Wittington een eind aan het gesprek.

„Op dit moment is alles nog te onzeker. Beramen jullie nu maar je verdere plannen en kom volgende week terug".

Fordice stond op. „In orde, Mr. Wittington. We zullen ons best doen... We hebben dus carte blanche?" (Slot volgt).

KLEINE OORZAKEN...

groote gevolgen!

De redacteur, die dit rubriekje heeft bedacht, is een dezer dagen naar den kassier gestapt, ea heeft hem beleefd maar dringend een gulden gevraagd. Hij had daar —■ meende hij —■ minstens evenveel recht op als de inzenders, want de kleine oorzaak, dat hij deze rubriek bedacht heeft het groote gevolg gehad, dat de redactie overstroomd wordt met inzendingen!

Dagelijks wast deze stroom nog, en als alle inzendingen geplaatst zouden worden, zou de rubriek over 'n jaar nóg bestaan. Dit nu kan de bedoeling niet zijn, en daarom ziet de redactie zich tot haar spijt genoodzaakt geen nieuwe inzendingen meer aan te nemen.

De inzendingen, die in haar bezit zijn, zullen alle worden onderzocht, en de geschikte ervan zullen worden geplaatst.

Bij de beoordeeling naar geschiktheid voor plaatsing wordt nagegaan, of het vertelde voorval voor iedereen interessant is. Dikwijls is dit niet zoo en is de gebeurtenis alleen maar belangwekkend voor degenen, die er zelf bij betrokken waren.

Het zal iedereen duidelijk zijn. dat de redactie met den besten wil ter wereld niet aan alle inzenders kan schrijven, waarom juist hun stukjes niet worden geplaatst. Men moet vertrouwen, dat er goede redenen voor bestaan en... even goede vrinden blijven.

Wij bedanken intusschen allen inzenders voor hun medewerking, en hopen bij een andere gelegenheid van allemaal nog eens iets te hooren. De redactie.

EEN SECONDE LICHT, DIE VEEL GELD KOST.

Deze week knipte ik even maar het ganglicht aan, meenende m'n gasten een dienst te bewijzen. Even maar golfde een breede lichtbaan over den weg die, helaas, mij een bekeuring kost, daar er juist een agent in de buurt was. En wat erger is, een bekeuring die ik absoluut niet kan betalen. Dat alles voor één seconde licht. Dat ééns, maar nooit weer!

Mevr. H. Steunenbrink, Rosmalenstraat 42, Zaandam.

HET MEISJE BIJ DEN WEGWIJZER.

Vacantie 1940. Ik ben er op de fiets op uitgetrokken om een dag in de mooie bosschen van Appelscha door te brengen. Als ik tegen de avond weer huiswaarts wil, bemerk

ik tot mijn schrik, dat ik de hoofdweg niet terug kan vinden. Ik fiets van de eene zandweg, langs de andere en kom tot de ontdekking, dat het al vrij laat is. Eensklaps, in de verte een wegwijzer Tot mijn groote vreugde kom ik op de lang gezochte hoofdweg uit. Daar wacht mij een verrassing. Een lief meisje staat naar de wegwijzer te kijken.

Zij ziet er erg bedrukt uit. Een lekke band en nergens in de omtrek een rijwielhersteller te bekennen. Ik bied aan, haar band even te plakken. Als dat gebeurd is, zien we elkaar lachend aan.' We moeten dezelfde kant uit en gaan samen verder.

Vacantie 1941. We droomen van een eigen huisje, met een miniatuur wegwijzer in de tuin. J. Jonkers, Steenwijkerwold.

GERED DOOR EEN VOETBALWEDSTRIJD.

Een voorval wat ik nooit vergeten zal gebeurde een goede drie jaar geleden. Op het laatste traject van 'n fietstocht had ik het geluk te worden ingehaald door 'n vrachtrijder uit mijn woonplaats. De fiets werd achter op de auto geladen en toen ging 't huiswaarts. Dicht voor de plaats van bestemming werd een voetbalwedstrijd gespeeld, en daar ik een groote voetballiefhebber ben, klom ik van de wagen en ging kijken. Na de wedstrijd kom ik in Hengelo en daar ligt de auto waar ik in gezeten had tegen 'n boom. De heele rechterzijde van de cabine was ingedrukt. De chauffeur had geen noemenswaardig letsel, hij gaf me de hand, en zei: „Als je niet was uitgestapt om naar het voetballen te kijken, was je zoo goed als zeker dood geweest." G. Grimberg, Oldenzaalschestr. 140, Hengelo (O).

VOORKOMT BESMETTELUK VERWERPEN.