is toegevoegd aan je favorieten.

Het Noorden in woord en beeld, jrg 17, 1941, no 33, 24-10-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«ui y/e'" 0 y . uw evenzeer een « f u* « ..ak KERTJE " z °* U u weer rust'9 kun ' E ® n . u re ngen, Ge * u f;t opst° an W1C W » reng , 's morgen kl nen **•"•<„ v oor Üw levenslust e y \gste\oos "° 1 r ,e U w° r"L he-miV ien s\ap e "' sc hiM vou. I \evens\ost e y \gsteloos V t Ge U zoo moe enJ . „ rt w ais li weer n ec 1 ^ a ° r . < n "AKKERTJE hoofdpij vo Z „ n Ze verdr»l v ® n envJ «wpi\nen0 pknapp en - roU wenpU" en ' Uw mig ra,n ' Neem'n AKKERTJE De Nederlandsche Pijnstiller GEENZEEPMEER VOOR DE VAAT NEEM VET-EX THANS TE BAAT O Een pak Vet-Ex is ruim voldoende■ voor 25 keer vatenwasschen Vet-Ex, een nieuwe vinding van de moderne chemici der van ouds bekende Sunlight-fabrieken, helpt U nu zeep besparen! Want Vet-Ex bevat geen zeep, maar reinigt toch vette voorwerpen op onovertrefbare wijze. Sneller en goedkooper dan welke zeep ook. Het tijdroovende naspoelen is met Vet-Ex geheel overbodig. EN VLUG, DA THET WERKT Vet-Ex lost onmiddellijk op en werkt direct, zonderdat U hettot schuim behoeftte kloppen. En ondanks de krachtige snelle werking zal Vet-Ex geen enkel voorwerp aantasten. Alle metalen, ookzilver en andere stoffen, zooals hoorn, hout, glas en emaille zijn in een Vet-Ex-oplossing volkomen veilig. Met Vet-Ex wascht U de vaten snelleren goedkooper dan ooitte voren. £en nieuw product der Hunliqht Zeep Tabrieken

HET LATE VUUR

„Doek valt langzaam!" schrijft Alex Maassen en met een zucht van verlichting legt hij z'n vulpen neer: het stuk is af en dat nog maar juist op tijd.

In den loop der laatste jaren heeft hij reeds enkele kleinere successen geboekt met z'n tragi-komische schetsen, welke echter nog grootendeels door amateur-tooneel werden opgevoerd, waarvoor ze overigens ook bestemd waren. Alleen „De Hooge Prijs'' heeft een heel seizoen op het repertoire der „Ambulanten" gestaan en een maar al te welkome verdienste gebracht. Maar: als dit lukt — dit ïs zooveel grooter en mooier en hij wéét, dat hij met dit werk: ,,Het late vuur", iets goeds gemaakt heeft. Hoe typisch, dat dit alles feitelijk het werk is van Antoine, die niet opgehouden heeft hem aan te sporen. ,,Kerel — je moet meedoen aan die prijsvraag van de Nederlandsche Tooneelvereeniging. Ik zeg je dat, als je alles op alles zet, je slagen zult! Ik ken immers die kleinere stukken van je, heb zelf meer dan veertig maal Jan Bos in „De Hooge Prijs" gespeeld en weet, wat het waard is, hoewel jijzelf het nooit geheel als ernstig werk beschouwd hebt. Maar ik geloof — neen, ik ben er zeker van, dat je in staat bent tot iets veel beters, als je al je willen en kunnen daarop richt."

En Antoine zelf, die hem met raad en daad terzijde gestaan heeft is opgetogen geweest.

Alleen over de ontknooping zijn ze t niet eens geworden: „Kleinburgerlijk sentimenteel", heeft de vriend gespot, „goed voor 4e rangs tooneel in de provincie. Terwijl je 't in je macht hebt om door een dramatische climax een uitzonderlijk effect te bereiken. Ja, voor den smaak van het grootste deel van het publiek misschien geschikt, maar..."

Maar Alex heeft geleerd, met den smaak van het publiek rekening te houden, zelfs daar, waar 't tegen eigen smaak en aanleg inging. Maar —' de ontknooping van „Het Late Vuur" dient beiden, denkt hij; het is niet zoo sentimenteel als Antoine het wil zien, want het mist niets van het levensechte. Antoine had liever geen „happy end" gezien en misschien zou daardoor het spel sterker geworden zijn, hoewel de steeds in spanning toenemende scènes een goeden afloop doen verwachten. Hoe kan het anders, waar in dit spel van tooneel veel van eigen leven, hoop en verlangen is verwerkt tot het einde, zooals hij zich dat zelf zoo dikwijls gedacht heeft.

Hij staat op en rekt zich uit: 't is koud geworden in de kamer. Natuurlijk is de kachel weer uitgegaan en 't is nutteloos om nu aan z'n hospita te vragen haar weer aan te maken. Vier weken kamerhuur is hij nu achter en dat heeft de houding van mevrouw Van Veen niet milder gemaakt.

Hij lacht even: na al z'n werk der laatste weken moet „Het Late Vuur" geaccepteerd worden, anders zou het met hem afgeloopen zijn en zal hij weer teruggaan tot wat hij geweest is: een zolderkamertjes-artist zonder voldoende capaciteiten.

Langzaam valt het doek en het blijft angstig-stil in de groote, geheel bezette

schouwburgzaal — de première van het bekroonde Nederlandsche tooneelstuk „Het Late Vuur" heeft voor 't eerst in langen tijd den stadsschouwburg geheel gevuld.

De vreemde, doffe stilte in de zaal blijft en Lucie van Dalen wendt het mooie, bleeke gelaat verbaasd naar haar tegenspeler, die de rol van Harry vervult heeft — en hij knikt haar toe met een glimlach en wil snel iets fluisteren. Maar nog heeft hij geen woord kunnen zeggen of ergens in de zaal lost de stilte zich op in een luiden, half verstikten kreet en dan komt een tumult los, aanzwellend tot een ovatie, zooals in langen tijd niet gehoord werd.

Even ziet ze tusschen de coulissen het opgewonden, maar nu glimlachende gezicht van Eduard Terveer, den directeur — en eerst dan beseft ze, dat „Het Late Vuur" een succes is, zooals ze in lang niet hebben gekend.

Ze zucht even en twee tranen glijden langzaam neer langs haar wangen, waarom Ben Bolt haar verbaasd aanziet. Zenuwen, denkt hij toegevend —» en geen wonder. Heeft deze vrouw zichzelve niet overtroffen? Nooit misschien heeft ze zóó gespeeld, alle anderen met zich meerukkend en opvoerend tot een peil, zooals ze nog nooit gekend hebben. Zij is het geweest, die vanaf het begin de repetities bezield heeft met haar idee: „Als dit stuk goed gespeeld wordt <— dan wordt 't het successtuk sinds jaren." Nu lijkt het erop, dat ze gelijk gehad heeft — zoo'n tooneelstuk wordt slechts eens in de tien jaren geschreven.

„Succes Luus", fluistert hij, „succes •— en grooter dan we zelf voor mogelijk geacht hebben."

Ze knikt even en er komt een glimlach om haar mond: wat mankeert haar toch? Drie uren lang heeft ze als onder een ban gestaan, heeft woorden gezegd, gebaren gemaakt en daden, door een ander — een vreemde — voor haar geschapen. En toch is alles zoo wonderlijk bekend geweest, was het soms alsof ze een deel van haar leven aan anderen getoond heeft. Heeft ze daarom vanaf de lezing van dit stuk reeds ermee gedweept — omdat ze er iets in gevonden heeft van zichzelf?

Max Hansen heeft haar eens gezegd: „We vinden dan een boek goed, wanneer we er iets van onszelf in herkennen — en 't doet er niet toe of dat goed of slecht is... als we maar onze diepste en geheimste gevoelens zien neergeschreven, dan zullen de woorden ons grijpen en meevoeren — boven onszelf uit."

Zóó is het met dit spel geweest: elke gedachte, elk gevoel daarin neergelegd is iets van haarzelve geweest en daarom heeft ze kunnen spelen, zooals ze nooit gespeeld hééft — en misschien nooit meer spelen zal!

Langzaam glijden de gordijnen open en 't dreunende applaus van de zaal komt trillend tot hen... het is, alsof het gebouw davert en trilt. Ze voelt de hand van Ben, welke haar zacht meetrekt naar het voetlicht— uit de coulissen komen twee tooneelknechts met bloemen en kransen en ze glimlacht automatisch, met toch aldoor het vreemde gevoel, dat dit alles echt gebeurd is — dat ze ditmaal haar rol