is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Noorden in woord en beeld, jrg 17, 1941, no 36, 14-11-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LETTERHUTSPOT.

U kunt van onderstaande „letterhutspot" een behoorlijk Nederlandsch spreekwoord maken, als U de letters van de verschillende „hutspotwoorden" op de juiste wijze rangschikt en daarna de woorden in de goede volgorde plaatst. Oplossing volgende week. DE - ED - EJ - OBER - PERKET - PO - SIEPSA - SLA - SPA - SVO - ZANGEN.

PARADOX.

De onderwijzer had op school verschil van meening met één van zijn leerlingen. „Ja, meester," zoo trachtte Hendrik den meester te overtuigen, „ik weet, dat "

Maar de onderwijzer kon het niet uitstaan, dat de jongen zich verbeeldde, dat hij het beter wist dan hij en viel den leerling op woesten toon in de rede : „Wdt weet jij?l Niks weet je en dót weet je zelfs nog van mij 1"

LEEFTIJD-OPGAVE VOOR CIJFER-PUZZLAARS.

'De familie Jansen bestaat uit: Vader, moeder, broer en zus. Broer is één jaar ouder dan zus; moeder is één jaar ouder dan broer en zus samen; vader is één jaar ouder dan moeder. De vier zijn vandaag samen precies honderd jaar oud. Hoe oud is ieder van hen? Oplossing in het volgend nummer.

EEN ..KWESTIE VAN GELD"!

Kunt U twaalf centen, of andere geldstukken, zoo op tafel leggen, dat er 6 rijen van 4 worden gevormd? Oplossing volgende week.

ANAGRAMMEN.

Zeven woorden, waarvan alle letters zijn gebruikt, om er goede kleinere woorden van te vormen.

De bedoeling is dus, van die kleine woorden, met gebruik van alle letters het goede anagram woord te vormen. Bij elk van deze 7 anagrammen geven wij een sleutel, in den vorm van een korte aanduiding van de beteekenis van het te vormen woord.

1. Er - lemoen - zaai - - - is veldprediker.

2. Bal - kiel - uiver - - - is luie sjouwer.

3. Bar - Cor - rat - u is deel van auto.

4. Droes - id - ram - - - is woestijndier.

5. Kies - sein - te - werf - - - is zaak in verband met nalatenschap.

6. Brem - fuik - ras - zot - - - is vruchtplant.

7. Een - gang - geur - halen - - - is een klein geheugen.

Oplossing in het volgende nummer.

..Heb medelijden, meneer en offer tien gulden, om het leven van een onschuldigen man te redden 1"

..Jij ziet er anders heelemaal niet onschuldig uit 1"

„Ik bedoelde ook niet. dat ik m ij n leven wilde redden, maar het u w e I"

Indiscrete vraag.

Journalist (tot groot zakenman): „Ik kom u enkele vragen stellen over het geheim van uw buitengewone succes in zaken."

Zakenman (voorzichtig): „Is u van de pers of van de politie?"

Ad rem.

„Wat ben jij?" blafte de groote vrouw tegen haar kleinen man. „Ben jij een man of een muis?"

„Ik ben, helaas, een man," zei de echtgenoot zuchtend. „Als ik een muis was, stond jij nu boven op de tafel moord en brand te gillen 1"

Prijs. . . 85 cent Franco per post f 1.05. Luxe uitgave in extra degelijke halflinnen band ƒ 1.75. Franco per post ƒ 1.95. Dit prachtige WINTERBOEK xou ik dolgraag willen Ook Uw kind doet U een reuze G.P.-Winterboek. De spannende en halen, de leuke spelletjes, de kleurplaten en de puzzles maken het G.P.-Winterboek tot een gewild boek. Verkrijgbaar bij den bezorger van dit blad. Indien U toezending franco per post wenscht, gelieve U een postwissel te zenden aan „De Geïllustreerde Pers N.V., Afd. Verkoop, Postbus 497, Amsterdam-C.

va MH Uci*% <U UzHfydaac

Ik zat al een paar uur te visschen en had behalve een paar babykatvischjes niets anders opgehaald. „Ha, die oude wormendief," klonk eensklaps achter me een joviale hengelaarsgroet.

„Ha, die onverbeterlijke fuikenlichter," riep ik hartelijk terug, want aan de stem wist ik wie het was.

Mijn bezoeker was Toontje, bijgenaamd de Leugenaar, een soms wat rumoerige, maar overigens niet ongezellige klant. Je moest alleen voor hem op je hoede zijn. Dus zette ik me schrap.

„Heb je dat netje meegenomen om je eitjes in te koken?" vroeg hij op mijn leeg vischnet wijzend, dat inderdaad een beetje groot van maat was uitgevallen.

„Neen," antwoordde ik, „ik zit op de karper van dertig pond te wachten, die jij gisteren hebt verspeeld." „Loop rond I Hoe weet jij dat?" liet Toontje zich lijmen.

„Is het dan niet waar," polste ik verder, „woog hij geen dertig pond?"

Ik had het er schijnbaar een beetje te dik opgelegd, want Toon hakte terug.

„Dat hoef je niet zoo spottend te zeggen, acht en twintig pond was

hij zeker. Ik eet mijn deeg op als het niet waar is."

„Niet doen," stelde ik hem gerust. „Ik ben zoo ernstig als een aanspreker, ofschoon ik jou niet geloof al zat je vóór me; laat staan dus zoolang je achter me staat." „Gelooven," riep hij uit. „Je hoeft

me niet te gelooven. Ik zal "

„Houd je mond," gaf ik ten antwoord. „Ditmaal geloof ik je. Ditmaal weet ik, dat je waarheid spreekt, want ik heb jouw karper straks boven water gehad."

„Duvels, is het waar," riep hij uit, „en

„Ik heb hem laten zwemmen," stelde ik hem gerust.

„Laten zwemmen?" Met een stem als een overslaande misthoorn herhaalde Toontje mijn woorden. „Waarom in vredesnaam?"

„Weet je niet waarom?" vroeg ik. „Neen, waarom ben je zoo stom geweest?" informeerde Toontje nieuwsgierig.

„Ik had medelijden met hem," legde ik uit. „Ik had hem al bijna

op den wal, en toen

„Ach meneer," smeekte het arme beest, „laat me alsjeblieft nog wat leven; ik luister altijd zoo graag naar die leugen-verhalen van Toontje "