is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Noorden in woord en beeld, jrg 17, 1941, no 38, 28-11-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN DE KRANT

Hirmaa AatOBMB

CHOCOLA BONBONS X ok voor baby- en kinderkleeding ** zult U pleizier hebban van de MARGRIET REVUE NAJAAR 1941 Verkrijgbaar bij den bezorger van dit blad a 42'/2 cent. Franco per post 57 cent.

Ze was nog nooit verloofd geweest, vijf en twintig en woonde in bij een oude, lieve tante vol romantische boekenidealen van de vorige eeuw. Bedremmeld en verbluft staarde ze naar de advertentie in het ochtendblad van Het Nieuws.

Verloofd:

CARLA MANDERS en

FRITS KOOPMANS In plaats van kaarten.

Geen ontvangdag.

„Alle menschenl Tante!" hijgde ze. „Wat is er kindlief?" Tante zette haar theekopje neer.

„Kijkt U toch eens! Hoe is 't mogelijk?" Verontwaardigd reikte ze de krant over tafel aan de oude dame toe. „Wie kan dót gedaan hebben? M ij n verlovingsadvertentie! Krankzinnig!"

Tegelijkertijd zat een jonge man op zijn vrijgezellenkamer aan het ontbijt en keek even verbluft naar zijn eigen ochtendblad.

„Ben ik nou wakker, of niet? En nog wel in Het Nieuws! Al mijn vrienden "

Rrrrrring! ratelde de telefoon. Hij greep naar den hoorn, trok zijn hand terug en drukte op 'n belknopje. „Kees," zei hij tot den huisknecht, „toe, geef jij even antwoord. Ik ben niet thuis, hoor!"

Kees nam den hoorn op.

„Met den huisknecht van Pension Wiemans. ...Het spijt me, mevrouw, meneer Koopmans is er niet... ja, de stad uit... Ja, zoodra meneer terug is, zal ik vragen, of hij u opbelt... Nee, mevrouw, meneer heeft niet gezegd, waar hij heen is... Zeker, mevrouw.. Dag, mevrouw!"

„Mevrouw Brandwyck, meneer. Ze wilde u gelukwenschen met..." „Drommels... m'n grootmoeder! Ze kan beter lezen dan hooren, dat blijkt wel, want ze is er het eerste bij!" „Ja, meneer. Mevrouw scheen een beetje ontstemd, omdat ze het niet van uzelf gehoord had. Als ik mag vragen..."

Rrrrrring!

Kees wist weer nergens van af. „Wie was dat?"

„Notaris Peters, meneer. Ik moet zijn hartelijke gelukwenschen overbrengen en zeggen, dat hij met mevrouw..."

„Och zoo? ...Nou, er zal den heelen morgen wel opgebeld worden. Hier!" schoof hij een rijksdaalder naar Kees toe. „Poeier jij ze maar af... dat je nergens van weet. Vanavond lezen ze wel een tegenspraak in de krant." „Is die advertentie van uw ver..." „Onzin! Niets van aan! Ik ben niet verloofd en zal het wel nooit worden. Er wordt geklopt, Kees. Zeg, dat ik niet thuis ben! Gauw!"

Doch de bezoeker liet zich niet afschepen.

„Ouwe schurk, wou jij me wat wijsmaken? Hij is wèl thuis... ik heb hem hooren praten. Laat me door...! Zoo, Koopmans, ouwe jongen, wou je mij „niet thuis" geven?"

Met 't ochtendblad in de hand kwam zijn bovenbuur, Jan Verpoort, binnengestapt en begon voor te lezen: „Verloofd... Carla..."

„Schei uit, kerel! Net, of ik dat zelf niet gelezen heb!"

„Je hebt het aardig stil gehouden,

zeg! Ik vind het anders verdraaid leuk! 'n Kerel als jij, die voor ieder meisje 'n beste man... Maar, waarom kijk je zoo nijdig? Vertel op!" „Ér valt niets te vertellen. Een of andere idioot heeft grappig willen zijn, dat is alles!"

„Hoe bedoel je dat?"

„Wel, die stomme advertentie!" „Wou jij dan beweren, dat... datje... niet verloofd bent?"

„Krek zoo! Ik denk er zelfs niet aan. Ik ken dat meisje nauwelijks! Maar éénmaal in m'n leven ontmoet... op 'n partijtje bij kennissen. Doodtoevallig!"

Geen aardig ding soms?"

„Och, dat wèl. Zooals er meer zijn, Ik heb haar na die eerste ontmoeting niet meer teruggezien. En nou moet me dat overkomen! 't Is te gek...!" „Wat ben je van plan?" „Tegenspreken natuurlijk! Wat anders? Ik ga..."

Rrrrrrring!

Weer vertelde Kees geduldig zijn boodschap.

„Dat was meneer..."

„Kan me niet schelen, Kees. Geef me mijn schoenen liever!"

„Kijk 's aan!" plaagde Jan. „Tóch haast, om naar dat schattige..." „Loop rond, vent! Ik ga naar de redactie van die drommelsche krant.. Frits maak nou voort! En als iemand opbelt...."

Rrrrrrring!

„Laat ze maar bellen!"

Ondanks alle protesten van den portier stormde Frits de trappen van het redactiebureau op en viel zonder kloppen bij den hoofdredacteur binnen. Deze zat achter zijn lessenaar en vóór hem stond een jonge dame in een grijzen mantel met haar rug naar de deur. De jonge dame scheen woedend en de redacteur keek beduusd.

„Het is meer dan ergerlijk!" hoorde Frits haar zeggen. ,,U moest u doodschamen! Iemand zóóiets aan te doen! Gewoonweg 'n schandaal!"

„Maar, als u nu even wilt..."

„Ik kan me niet begrijpen, dat een blad als het uwe zich tot zulke dingen leent. Het is misdadig en..." „Mooi zoo!" dacht Frits. „Zeker ook door die kerels értusschen genomen. Ze durft het hem te zeggen. Flink meisje! Wie zou het...?" Op dat oogenblik wendde de jonge dame zich verontwaardigd van den hoofdredacteur af, zag iemand in de deuropening staan, keek op en stotterde, heftig blozend: ,,U...? B-b-bent ü, het?"

„Drommels! Juffrouw Manders!"

Frits vloog, razend van opwinding, met zijn krant zwaaiend op den redacteur af.

„Wat moet dat beteekenen?" vroeg hij, op de noodlottige advertentie wijzend.

„Beteekenen?..."

„Ja, natuurlijk! Begrijpt u soms niet, dat al mijn kennissen dit vanmorgen gelezen hebben? Daarin wekenlang stof tot kletspraatjes zullen vinden? Mijn telefoon is bijna stuk van het opbellen door lui, die me willen gelukwenschen en..."

„Onze ook!" onderbrak het meisje hem. „Ik heb zelfs telegrammen gekregen!"

„Maar... maar, m'n waarde jonge dame," trachtte de redacteur te sus-