is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Noorden in woord en beeld, jrg 17, 1941, no 40, 12-12-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rechts: Bleekersgang... dat lijkt anders dan de vroegere bleekersruimten! Zoo'n fotograaf brengt nog eens wat afwisseling op den korten Decemberdag.

in de Kruithuisgang was een artilleriebewaarplaats (het volk zei Kruithuis) gevestigd. De looikuipen van een leerlooierij zag men aan 't eind van 't Zuiderdiep: de Zuiderkuipen.

In de oude buurt van de Nieuwstad (Ekketboomengang e.a.) gaven herbergen de naam, evenals aan de Daviden de Brandenburgerstraat.

Is de Donkersgang tusschen Gelkingeen Oosterstraat zoo extra donker? Welnee, de naam is ontleend aan een fam.

Dunker en zoo ziet men weer, dat met een weinig geschiedenis soms eenvoudig een raadsel kan worden opgelost. Ook de veelgenoemde „heemkunde" van tegenwoordig kan hier aanknoopingspunten vinden.

Voor een eigenaardig geval staan we bij het „Tingtangstraatje" aan het Koude Gat (= jat, straat!). Vanwaar die klankrijke naam? Men proeft er als 't ware de volkshumor in, die zoo raak kan typeeren. Daar was in vroeger eeuwen — men veronderstelt zelfs toen

de Vischmarkt daar vlak bij nog water was — een huis met een klok, waarmee de aankomst van visschersscheepjes gesignaleerd zou zijn. Later werd de klok echter als noodklok gebruikt: zijn „ting-tang" had dus een ernstige beteekenis gekregen!

Waar de sledemenners, de pottenbakkers, de reitemakers, de pelsers (bontwerkers) en andere werklieden woonden, is gemakkelijker te raden; eveneens is het gemakkelijk aan te wijzen, welke straten heeten naar adellijke of voorname families, die in steenhuizen vaak zetelden op de hoeken der straten: b.v. de geslachten Gelkinge, Haddinge, Ten Brugge, Gaddinge, Ebbinge en Boteringe.

Het lijkt soms of ook een eenvoudig achterstraatje niet minder wilde wezen dan de deftige

collega's en of het zich daarom ook tooide met een klinkende naam. Daar hebben we b.v. de Lissabonsteeg bij het Hoendiep; in de buurt had een adellijke fam. Van Lissabon eens een zomerverblijf. Daar is in 't Noorden de Bessemoersteeg, of oudtijds de Maaikemensteeg, die de naam ontleende aan niemand minder dan Maria van Hessen-Cassel, gemalin van Jan Willem Friso. Het volk noemde haar Bestemoer of Maaikemen.

De naam „steeg" is op verzoek van de bewoners dikwijls veranderd in „straat", omdat men er iets kleineerends in gevoelde,, Hoe dan ook <— de tegenwoordige naamgeving der nieuwe straten is op verre na niet zoo levendig en karakteristiek als die welke volk en historie formeerden! En thans op stap!

Links: De Kruithuisgang geeft wel een heel „schilderachtige" rommeligheid te zien.... leg daar eens een foto van een moderne werkmans-buurt naast! F oto.s Polkers

Bessemoersteeg.... de ruimte maakt thans de naam „steeg" wel wat uit-den-tijd!

Rechts: Battengang. waarin het winterlicht maar een eindje doordringt.

Zuiderkuipen, aan 't eind van 't Ged. Zuiderdiep met de A-toren op den achtergrond.