is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Noorden in woord en beeld, 1942, no 1, 02-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaarsavond." Hij had het warm gekregen en trok weer puffend aan z'n boordje. De nicht zei niet veel. Ze zat in haar volle lengte stijf op haar stoel, keek van den een naar den ander en nipte zoo nu en dan aan haar likeurtje.

Aaltje zat naast Jelle en voerde achter de hand een fluisterend gesprek met hem. Het werd even stil in het kleine woonvertrek. Buiten gierde de wind door de hooge linden. Af en toe brak er een doode tak en viel neer op het lage dak van het achterhuis.

„Hondenweer," vond neef. „Echt weer voor spoken en witte wijven. Voor geen honderd daalders zou ik me vannacht buitenshuis wagen!"

„Is de Jongkerel niet bang, zoo 's nachts er nog door?" vroeg de nicht spottend, „Bang! Ik..ben nergens bang voor! Laat ze maar komen de spoken of witte wijven. Ik heb er nog nooit één gezien!" „Pas maar op jij!" zei Hoogstra. „Ze zwerven hier 's nachts genoeg rond. Laatst nog, hadden we vergadering gehad van de zuivelfabriek, 't Was een avond net als nu; stormweer en aardedonker. Het was laat geworden en ik moest in m'n eentje het land door. Vlék bi) de plaats van Hylarides zie ik twee witte gedaanten zweven; 't was even na twaalven, want toen ik uit het dorp ging had de klok net geslagen. Ze bleven vlak bij elkaar en zweefden langzaam op mi] toe. Foei, foei, wat een angstig gezicht!"

„En wat deed de boer?" vroeg Aaltje in spanning.

Hoogstra had een bonte zakdoek uit de zak gehaald en veegde zich over z'n bezweet voorhoofd. Tersluiks keek hij naar Jelle, die weer lachte.

„Tja, wat moest ik doen," vervolgde Hoogstra, „ik haalde m'n knipmes uit de zak en hield het geopend in de hand. Haastig liep ik door en op een afstand volgden de beide witte schimmen. Maar ze bléven gelukkig op een afstand en toen ik goed en wel achter het damhek stond, op m'n eigen heem, keek ik achterom en waren ze verdwenen "

„Stomme aardig!" mompelde de Ureterper, die de leege jeneverflesch onder de tafel had gezet en een volle aan het ontkurken was.

„Pas maar op jongkerel!" waarschuwde Hoogstra Jelle, „blaas maar niet uit een té groot gat. 'k Mag lijen dat Je ook eens zoo'n stelletje tegenkomt als je hier vandaan gaat. Zullen we eens zien hoe gauw Jelle weer bij z'n Aaltje is!"

„Ik ben nergens bang voor," herhaalde Jelle, nu ernstig. Hoogstra wisselde een blik met z'n neef.

„Spoken of geen spoken," zei die. „dat er soms wondere dingen gebeuren, da's zeker. Jaren geleden werd er bij ons op het dorp een man begraven, die door iedereen „Ouwe Douwe" werd genoemd. Niemand wist z'n eigenlijke naam en ik geloof dat nóg niemand die weet. Ouwe Douwe stierf doodarm, maar na de begrafenis kwam de notaris uit de stad zeggen dat Douwe bij hem een testament had laten maken. Toen dit geopend werd bleek dat de arme Douwe, die bij z'n leven droog brood at en dagenlang met één pruim tabak toe kon, een groote som geld had nagelaten aan z'n huishoudster, die hem Jarenlang verzorgd had."

„Hoe is 't mogelijk!" vond Mintje hoofdschuddend.

„Zeg dat wel," beaamde de neef, „maar > 't mooiste komt nog! Moet Je hooren: Enkele weken na de begrafenis vond de huishoudster, bij het opruimen van Douwe's schaarsche eigendommen, onder in z'n roestige pruimdoos een briefje, waarop met potlood stond- gekrabbeld, dat Douwe na z'n dood wenschte te worden begraven in een eikenhouten kist. Ze liep als een haas met het briefje naar den dominé, want Douwe was begraven geworden in een gewone vurenhouten kist en met al dat geld van den overledene in huis wilde ze hem als het kon z'n zin geven. Ze wilde met alle geweld Douwe weer laten opgraven en nogmaals een begrafenis houden en dan alles een beetje royaler dan de eerste maal, zei ze tegen dominé. Maar dominé schudde

z'n hoofd en zei dat dét toch niet ging. Hij klopte de huishoudster op haar schouder en raadde haar aan het verschil in prijs tusschen de vuren- en de eikenkist den eerstvolgenden Zondag te 'deponeeren in het armenzakje van de kerk. Bij z'n leven had Douwe daar tóch al niet teveel in gedaan.

Het was de huishoudster maar half naar den zin, maar ze deed wat de dominé haar had aangeraden en den Zondag daarop leegde ze een op de vliering gevonden kommetje vól met halve guldens in het armenzakje, zoodat de diakenen een half uur langer moesten tellen dan gewoonlijk. Maar met dat al bleef Douwe in z'n vurenkist!

Korten tijd daarop vertrok de huishoudster halsoverkop uit het dorpje. Het was voor 't goeie mensch niet meer om uit te houden! lederen avond, zoo vertelde ze, waarde Douwe's geest door het huis. Soms verscheen hij tot vlak voor haar bedstede, waar hij haar doorboorde met

oogen, die gloeiden als kooltjes vuur

Klokslag twaalf uur zweefde de geest de kamer uit, waarna ze enkele oogenblikken gestommel hoorde op de vliering: juist op de plaats waar het kommetje met halve guldens verborgen was geweest. Klaarblijkelijk was dit Douwe's spaarpotje geweest waarvoor de gewenschte kist had moeten worden gekocht Dan volgde een zuchten en

weeklagen om akelig van te worden, waarna alles weer stil werd." Neef zweeg en keek triomfantelijk het kringetje rond. „Geef daar nou's een verklaring voor?" vroeg hij.

De vrouwen huiverden.

„Wonderlijk" vond Hoogstra.

Jelle zei niets.

Weer was het even stil in het vertrek, ieder had z'n eigen gedachten en onderwijl leek het, of buiten de wind nog meer aanhaalde. De Friesche wandklok tikte luid, 't liep tegen elven.

„Je moest vannacht maar hier blijven, Jelle," vond Mintje.

,,'t Is geen weer om er nog door te gaan," „Ik moet er door vrouw," zei Jelle, „morgenvroeg melken!"

„Hu," rilde de nicht, „en na al die griezelige verhalen; Je moet maar durven!" Hoogstra zat naar z'n neef toegebogen en fluisterde druk. Ze lachten samen onderdrukt. Neef staarde naar den vloer, terwijl Hoogstra sprak en z'n gezicht glom van vermaak.

„We nemen er nog eentje," zei neef toen. „De laatste in het oude jaar; daar gaat-ie menschen!"

„Dank je," zei Hoogstra, „ik niet meer. 'k Barst van de hoofdpijn," en hij wreef zich langs de slapen. Hij stond op en begon het vertrek door te loopen, nog steeds de hand aan het hoofd.

„Ga naar bed, kerel!" raadde z'n neef aan, „dan ben Je een volgend jaar weer frisch," en hij keek of de anderen z'n grap wel begrepen.

Hoogstra lachte flauwtjes. „Zou ik?" vroeg hij gelaten.

„Als de boer zich niet goed voelt..." weifelde Mintje.

„Natuurlijk!" viel neef haar luidruchtig in de rede. En tot Hoogstra: „Ga gerust man! Je zit jezelf maar in den weg met zoo'n akelige koppijn. Wij zorgen wel dat die flesch vóór twaalven leeg komt. Wat Jij Jelle? Kom Jongkerel neem er nog eentje; ben Je beter bestand tegen de witte wijven... straks."

„Nu, dan ga ik maar," zei de boer en verdween zonder meer.

„Die heeft teveel gehad," zuchtte Mintje en schudde haar hoofd.. De Ureterper lachte luid.

Toen de klok twaalf uur had geslagen en ze elkaar een gelukkig nieuwjaar hadden gewenscht, nam Jelle afscheid. Aaltje vergezelde hem tot in de stal. „Pas maar op voor de spoken," riep neef hem achterna.

„Laat maar komen 1" riep Jelle luchtig terug.

Hij hoorde het daverend gelach van de Neef niet meer...

In de stal trok Jelle z'n jas aan. Hij talmde; zag er schijnbaar tegenop de warme stalruimte te verlaten. Toen hij de deur open trok, gierde de wind naar

2

GOEDE MIDDELTJES

VOOR UW HUISAPOTHEEK

Hoestsiroop: Dit nieuwe receptje tegen hoest, verkoudheid en bronchitis zal U zeker goed doen. U kunt het gemakkelijk zelf klaarmaken. Neem een kwart liter heet water en los hierin op een eetlepel suiker.

Deze zelfgemaakte rheumatiekolie verdrijft de pijn onmiddellijk, zonder wrijven of masseeren!

Liniment tegen rheumatiek: Het

tweede receptje is een beproefd middel tegen rheumatiek, spierpijn en stijfheid. U heeft hiervoor noodig 85 gram terpentijn of brandspiritus en 15 gram Rheumagic-olie (geconcentreerd). Een 15 grams-fleschje Rheumagic-olie kost U bij eiken apotheker of drogist 66 cent, dus met de terpentijn of brandspiritus bent U voor ongeveer drie kwartjes klaar. Schud deze twee bestanddeelen in een schoone flesch goed door elkaar en

Bewaar deze twee receptje#

Deze thuis klaar gemaakte hoestsiroop is even doeltreffend als voordeelig en., heerlijk van smaak!

Voeg hierbij den inhoud van een 30 grams-fleschje Vervus (dubbel geconcentreerd), dat U bij eiken apotheker of drogist tegen den vastgestelden prijs van 76 cent kunt koopen. Na even roeren is Uw kwart liter hoestsiroop gereed.

Dosis: volwassenen, 1 eetlepel, kinderen van 8 tot 12 jaar een dessertlepel, kinderen van 3 tot 8 jaar een theelepel, na eiken maaltijd en vóór het naar bed gaan. Het is een doeltreffend en zeer voordeelig middeltje.

Uw rheumatiek-olie is gereed. Bevochtig de pijnlijke plaatsen ermede, niet wrijven of masseeren, en de pijn verdwijnt direct. Het is de moeite waard dit middeltje te probeeren. Het zal U goed voldoen.

i

goed. Ze komen U te pas.