is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Noorden in woord en beeld, 1946, no 1, 13-07-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er zal verstoppertje worden gespeeld. Ieder zoekt een goed plaatsje.

auto's aankomen. Ziet ze geen gevaar, dan gaat het op een holletje verder. Tegenover het paleis, aan de andere kant van de groote weg, staan huisjes, eenvoudige witte huisjes. Het zijn er maar een paar en een ervan is een postkantoortje. Dit kantoortje heeft meestal niet veel post te verwerken, want veel menschen wonen er niet in de buurt. Maar als het witte paleis zijn hoogtijdagen kent, dan is het ook druk in het postkantoor. Dan stroomen telegrammen binnen uit alle deelen van het land en van ver over onzy grenzen, telegrammen die gelukwenschen bevatten, blijken van medeleven. En alle post die dan het paleis verlaat wordt eerst op het witte postkantoortje aan de overkant afgestempeld alvorens haar reis door de wereld aan te vangen.

Zondagochtend op Soestdijk. Zoo'n postkantoortje is ook een heerlijke speelplaats voor twee kleine meisjes, al zijn deze meisjes dan ook van koninklijke bloede. Er zijn altijd speelkameraadjes te vinden met wie verstoppertje gespeeld kan worden, of krijgertje, of haasjeover. En wat een feest is het niet als je in de groote,

roode bus, die voor het huis staat, zelf een brief mag gooien.

Zondagochtend op Soestdijk. Voor de deur van het postkantoortje, in het huis en in de groote tuin erachter spelen wat kinderen. Daar zijn Willy van der Brink, die de oudste is, want ze is al 11 jaar, Henk van der Brink, die negen is, Gerda Meyer van drie, Hansje Hogeveen, vier jaar en daar zijn ook Trix van Oranje die acht is en Ireentje van Nassau die 5 Augustus zeven jaar zal worden. Ze spelen verstoppertje en Willy moet zoeken. Maar dit laatste is niet zoo eenvoudig, want er zijn genoeg schuilplaatsen. De kleinsten kunnen niet goed meekomen, maar dan zorgen de ouderen wel dat ook zij een goed plekje vinden.

Zondagochtend op Soestdijk. Op een bankje voor een van de kleine huisjes tegenover het groote witte paleis, zitten twee mannen. Gezellige, goed-gekleede mannen. Wie om een praatje verlegen is, kan bij hen altijd terecht, want zij hebben voor iedereen een vriendelijk woord over. Maar als u een gesprek met hen begint, moet u het hun niet kwalijk nemen als zij af en toe eens niet geheel en al oor zijn bij uw betoog. En het kan wel eens voorkomen dat zij u niet recht in de

LACHENDE

oogen zien maar dat hun blikken afdwalen naar de spelende kinderen. Vergeef het hun. Want zij moeten op de prinsesjes passen. Het hoort bij het systeem van opvoeding die de kinderen van ons Prinselijk Paar ontvangen dat zij vrij met andere kinderen omgaan. Maar een zekere bescherming mag niet ontbreken. En deze prettig uitziende mannen hebben tot taak een wakend oog te houden op de prinsesjes. Het zijn immers nog maar kinderen. Zij het dan koningskinderen.

Zondagochtend op Soestdijk. Het wordt tijd om naar huis te gaan. Op het bordes van het paleis staat Vader en dat is een teeken dat er gegeten moet worden. Dat moet prompt op tijd gebeuren want vanmiddag komt er bezoek op Soestdijk en voordien moeten de meisjes gewasschen worden, hun haar moet gekamd en er

Links: ,J(ijk jongens, zij loopt den anderen kant uit. Zij heeft ons zeker niet gezien."

Neen hoor, die kleine meid heeft de anderen in de gaten. Dadelijk zijn zij er gloeiend bij.