is toegevoegd aan je favorieten.

Het Noorden in woord en beeld, 1946, no 8, 19-10-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De veemaatde ^etecldeü^lce dotdec uecteft uit de firalctiflc

wel geraadpleegd en bij het onderzoek van den doode constateerde ik dat de man een tuberculeuse aandoening aan de wervelkolom had gehad, die hem belette om snel uit te wijken. De man was het slachtoffer geworden van zijn ziekte en niet van verdachte.

Een overeenkomstig geval speelde zich in Rotterdam af, waar een man op den weg zat en ook na herhaalde signalen van een chauffeur niet op zij ging, waarna hij een doodelijke klap van een laadbak kreeg. Bij onderzoek van de hersenen bleek dat hij een hersenaandoening had, waardoor het hem absoluut onmogelijk was direct op te staan en weg te loopen."

Bekende gevallen.

„Bekende gevallen?"

„Als u het maar niet te sensationeel verwacht. Maar de geschiedenis van den leidekker bij de Majellakerk te Amsterdam kan ik u wel vertellen, die geeft een goed beeld van de waarde van een deskundig onderzoek. Het gebeurde als volgt: Toen in Amsterdam de Majellakerk in aanbouw was, werd op een dag een knecht van den aannemer met zware hoofdwonden in de omgeving aangetroffen. Men nam aan dat de man van het dak was afgevallen, legde een noodverband en bracht hem over naar het naburige O.L. Vrouwe Gasthuis. De dienstdoende medicus constateerde dat het slachtoffer nog maar kort te leven had, wilde hem niet nutteloos van zijn rust berooven, en liet het verband zitten. Na een half uur stierf de knecht en als doodsoorzaak werd het veronderstelde ongeval opgegeven. Het stoffelijk overschot werd begraven en buiten de bloedverwanten vergat iedereen het gebeurde. Totdat na een half jaar een verzekeringsmaatschappij een verzoek ontving van den aannemer, die de Majellakerk bouwde om een anderen knecht voor honderdduizend gulden te verzekeren. Het hooge bedrag werkte argwaan en men herinnerde zich nu ook dat dezelfde aannemer zijn verongelukte knecht voor eenige tienduizenden guldens verzekerd had.

Toen werden wijlen dr Hammer en ik erbij geroepen en we moesten het lijk opgraven.

Dat dat geen pretje was, kunt u zich wel voorstellen. Bij onderzoek van de schedel bleek ons al dadelijk dat deze ingeslagen moest zijn en niet vernield door het neerkomen na een val. Dan was volgens de verklaringen van den aannemer het vallende lichaam van den knecht tegen binten en andere uitsteeksels gebotst, maar na een minutieus onderzoek moesten wij tot de conclusie komen dat dat pertinent onwaar was, want dat er nergens in het lichaam bloedingen te constateeren waren. De politie bracht ons foto's van bloedsporen op de plaats waar de man gelegen had en daaruit bleek dat hij niet gevallen was maar dat er bloed gespat was ten gevolge van slagen op het hoofd. De kleeding van den leidekker werd bij de familie opgevraagd en er was geen scheurtje ingekomen,

zijn bril was gaaf, een horlogeglas zonder barstje. Ik heb toen een rapport opgesteld,

waarin ik aan de hand van de onderzoekingen mededeelde hoe volgens mij de toedracht moest zijn geweest. Toen de aannemer, die tot toe hardnekkig had ontkend, dit rapport onder oogen kreeg, was hij daarvan zoo onder de indruk, dat hij, zonder zijn verdediger te waarschuwen, den rechter-commissaris te spreken vroeg en dezen vertelde dat alles gebeurd was zooals ik het beschreven had.

Mijn eenige fout zou zijn geweest, dat niet hij,

de aannemer, de slagen op het hoofd van den leidekker had toegebracht, maar dat een collega dat had gedaan. Deze colega kon echter afdoende bewijzen dat hij op de bewuste dag op dat uur niet op het dak van de Majellakerk was geweest

en de aannemer werd tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld."

„Bent u nooit bang dat de menschen die door uw getuigenis veroordeeld worden, wraak zullen nemen?"

Vervolg op

pag. 14.

Ergens werd een gemaskerde overval gepleegd en men vond het masker, waarvan de onverlaat zich bediend had. Toen men iemand te pakken kreeg, die van deze misdaad werd verdacht, stelde men een onderzoek in ten zijnen huize en dr Hulst stelde vast, dat de stof van een overgordijn precies hetzelfde was als van het gevonden masker! Een microscopische opname wees bovendien uit, dat dit masker en dit gordijn vroeger één geheel hadden gevormd.

Hierboven: Op het tooneel van een misdaad werden sporen gevonden van een jute-zak. Dr. Hulst liet van deze sporen afdrukken in gips maken. Toen later bij een verdachte een jute-zak werd aangetroffen (beneden een stukje hiervan) bleek, dat het deze zak was. die het spoor had veroorzaakt.

Links: De deskundige bezig met een microscopisch onderzoek.

Hierboven: Ondanks zijn respectabelen leeftijd wipt Dr. Hulst nog met gemak op zijn divan als hij een „hooggeplaatst" werk uit zijn bibliotheek moet pakken.

Onder: Behalve een groote kennis van het menschelijk lichaam en van den menschelijken geest heeft Dr. Hulst veel verstand van wapens.