is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Noorden in woord en beeld, 1948, no 23, 04-09-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een vos in zyn hok, bang voor de fotograaf.

Vers van de kwekery.

Een overzicht van de verblijven der ratten. Alles ziet er netjes onderhouden uit. Doch ook hier is een huisvestingsprobleem.

v&wossen

IIITHIIIZERMEEDEN

In het noorden van de reeds bijna geheel in cultuur gebrachte provincie Groningen ligt te midden van grote boerderijen het flinke uit de klyiten gegroeide dorp Uithuizermeeden. Het <n dit verband wel even dienstig om op te merken dat onze provincie nog maar één plek heeft waar de natuur in al haar ongereptheid groeit en dat is in de Zuid-Oosthoek in de omgeving van Ter Apel. Hier treft men nog als enige plaats in de gehele provincie hei en zand aan, zoals dat in Drente op vele plaatsen het geval is. Natuurlijk heeft ook deze grond zijn bekoring! Voor de Groninger-zelf, als voor de vreemdeling. We waren dus in Uithuizermeeden. Hier hebben we een bezoek gebracht aan een bedrijf dat vooral de fantasie van de vrouw prikkelt: de vossenfarm van de familie Timmermans. Beweeglijk en schuw zijn deze diertjes uitermate. Op de mensen hebben ze het niet voorzien, destemeer de mensen op hen.... Want wat doet een vrouw niet voor een bontjas? We zouden niet graag het aantal vrouwen de kost geven, die niet om geld behoeven te werken, maar die het toch doen alleen maar om voor een bontjas te sparen. Goede vriendjes met de familie Timmermans worden om zodoende een bontmantel te krijgen voor een zacht prijsje, heeft weinig zin, want de velletjes gaan naar een fabriek ergens in Nederland, waar ze de nodige bewerkingen ondergaan. Dat gebeurt dus niet in Uithuizermeeden. Hier worden de dieren alleen maar opgefc/kt en groot gebracht. Daartoe verblijven ze in vrij grote hokken. De mannetjes apart en de wijfjes apart Mannetje bij mannetje gaat nog, maar mannetje bij wijfje niet. Alleen in de paartijd komen ze even bij elkaar in het hok, maar ook niet langer dan strikt noodzakelijk is, want anders vliegen de twee geliefden elkaar letterlijk in de oren. Want het zijn vechtersblazen!

Voor hun jongen zijn de wijfjes ook heel goed, maar na een bepaalde tijd, als het jong zelf voor zijn eten zorg kan dragen, dan moeten ze niet langer bij elkaar zijn. Het kan dan zeer zeker gebeuren dat ze elkaar te lijf gaan. De natuur is eigenaardig! De paartijd is vroeg in het jaar, zo om en bij 1 Februari. Verscheidene zilvervoshouders beginnen er al half Januari mee. Zo weinig als een vos over het algemeen eet, zo veel vreet hij in de paartijd, aldus de heer Timmermans, die ons veel interessante dingen uit zijn mooi bedrijf heeft verteld. Een vos eet van alles. Daarom ook heeft de heer Timmermans een koelcel, waar de temperatuur altijd onder nul is. In die cel bevinden zich voor de mens afgekeurd vlees, vis en kuikentjes. Het eten dat deze dieren krijgen, moet aan veel voorwaarden voldoen. Ze hebben namelijk erg gevoelige magen en als die iets te verwerken krijgen wat niet voor het lichaam geschikt is, dan kost dat hun in vele gevallen het leven. Overigens is het een lust zo'n klein bewegelijk diertje te zien kluiven aan een paardepoot.

Niet meer dan zes maal kan een teef jongen krijgen, en wel eenmaal per jaar. Doet zo'n jongen iets wat de moeder niet naar de zin is, dan pakt zij het kleine ding bij zijn nekvel en sleept hem daar naar toe, waar zij wil. De kleine heeft niets in te brengen. De zorgzaamheid is in deze tijd zeer groot: het jong komt niets tekort. Hij wordt opgevoed tot zelfstandigheid en is hij of zij zover, dan juicht de oude het toe, dat hij het hok uitgaat. We hadden het zojuist over het eten van deze dieren, maar U, heeft U al eens een vossenboutje in een restaurant besteld? Zo ja, dan zult U het wel niet gekregen hebben, net zomin als U een dergelijke hap bij een poelier kunt bestellen. Niettemin zijn er mensen, die op een vossenbout zeer gesteld zijn. Het moet fijner van smaak zijn dan menig ander wildsoort. De vossen hebben hun critieke tijd in het late najaar. Dan zijn hun pelsen het mooist. En de dieren die dan oud genoeg zijn en van geen nut meer voor de voortplanting zien dan hun einde naderen. In de vossenfarm is het dan een hele drukte. Het doden gaat electrisch. Ten eerste is dat gevoelloos, het gaat bijzonder snel en ten derde de fraaie huid wordt niet beschadigd. De fokker pakt een vos bij zijn oren, legt hem op tafel, een enkele aanraking met een electrisch contact van 220 volt en het dier is gedood. H"t wordt dan gepelst: van huid ontdaan en al