is toegevoegd aan je favorieten.

Het Noorden in woord en beeld, 1949, no 1, 25-09-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"Iddifesddelldl/rd.'.'

NOORWEGEN

„Onze toestand wordt langzaam maar zeker beter!" kan de Noorse verheugd berichten.

„Wij, Noorse vrouwen, hebben het nu veel beter dan in de oorlog." vertelde een huisvrouw uit Stavanger verheugd. „Het gaat welisr waar langzaam, maar toch zeker bergopwaarts. Suiker, vet, koffie brood en vlees is allemaal nog gerantsoeneerd, maar we hebben eigenlijk te veel brood: 2,6 kilo per week per persoon. In dezelfde periode krijgen we 75 gram koffie, 350 gram vet en 2 ons suiker. Vlees is alleen minder goed: officiéél is onze toewijzing 450 gram per week, maar we krijgen in de practijk hoogstens een derde hiervan. We kunnen dus maar een keer per week vlees eten. al krijgt men in het Noorden genoeg rendiervlees.

Maar alles met elkaar hoeven we ons toch geen zorgen meer te maken of we wel voldoende te eten zullen krijgen. Met textiel staat het er niet zo gunstig voor. We krijgen 200 punten per jaar, maar voor een pak zijn 220 punten nodig, voor een overhemd 60 punten en voor een paar kousen wel 17! De kwaliteit van de textiel is goed, maar de prijs? M'n man, een electriciën, heeft vorige week een werkpak gekocht voor 350 Kronen. Hij verdient per maand 580 kronen en we hebben twee kinderen.

In alles kunnen we echter merken, dat het goed gaat en daarom verliezen we ons geduld er niet bij."

HUISVROUW

en

MARSHALLPLAN

Overal is een langzaam herstel, maar, de tekorten die er nog zijn, zouden zonder het Marshallplan, zeer veel en gevaarlijk groter zijn

ITALIË

„Het ontbreekt cnsi aan geld, maar anH»rs zouden we alles kunnen kopen," deelt de Italiaanse vrouw mee.

„Of de toestand zich bij ons ten goede of ten kwade heeft gekeerd?" De inwoonster van Rome dacht even na. ..Daarop kan ik niet met een enkel ja of nee antwoorden. Laten we zeggen, dat alles weer normaal wordt. In de oorlog kregen we maar 700 calorieën per dag — te weinig om van te leven en te veel om van te sterven. Kort geleden werd de rantsoenering van suiker, brood en meelproducten opgeheven en van aNes is er genoeg. Maar we hebben allemaal gebrek aan geld. De regering heeft voor practisch alles prijzen vastgesteld, die ongeveer overeenkomen met de prijzen van de wereldmarkt — de lonen hebben hiermede echter geen "elijke tred gehouden. Mijn man verdient 80.000 lire in de maand, maar een brood, dat vroeger 20 lire kostte, heeft nu een prijs van 120 lire."

Maar hoe beschouwt de Signora de algemene toestand'' „Toch beter," zegt ze, en meteen geeft ze ons in haar antwoord op onze vraag, „hoe het komt, dat de Italianen over het algemeen zo aardig gekleed gaan" een bewijs van het feit, dat het „toch beter" wordt: „We maken veel zelf, maar. .. we kunnen ook op afbetaling kopen. En dat bewijst, dat men bij ons in een gunstige ontwikkeling van de toestand gelooft."

Of is het soms geen goed teken, dat men de kleine man crediet geeft?