is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Noorden in woord en beeld, 1949, no 3, 22-01-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een trek aan de handle en één voor één openen zich de zijwanden, zodat het vuil, als een lawine naar beneden stort, zonder dat er ook maar een mensenhand aan te pas behoeft te komen.

STORTPLAATS VAN HUIS- EN STRAATVUIL EUROPA'S GROOTSTE

Maatschappij. Als we U vertellen dat er iedere nacht treinen vol huisvuil door ons land denderen en hun vrachtje naar Wijster brengen, dan moet U wel de indruk krijgen dat het daar een uiterst vieze boel moet zijn, waar een fatsoenlijk mens niet kan wezen vanwege de stank en waar millioenen stekende muggen en ander vies ongedierte ieder verblijf tot een gruwel maken. Maar zo is het niet, het tegendeel is waar. Want ondanks alle vuil, alle afgedankte en kapotte potten en ketels, dekens en etensresten, lijken van hon • den en katten en vogels, ondanks alle blik en flessen, kortom ondanks alle vuil dat zo dagelijks in de asbak wordt gegooid, is het hier een land waar reinheid heerst, waar van stank nauwelijks gesproken kan worden, en waar net zoveel vliegen en ander gedierte is als bij U in de stad of op het dorp. Het bijzondere van Wijster is nog niet zozeer dat hier alles zo zindelijk toegaat, als wel het feit dat deze stortplaats van smerigheid — om het eens populair te zeggen — de grootste is van Europa. Die twee eigenschappen tezamen maken Wijster voor het buitenland interessant.

Het vuil van den Haag verhuist naar Wijster. Sinds jaren. En met dat vuil wordt geld verdiend. Geen klein beetje ook. Hieruit volgt dat alle andere plaatsen in den lande voor tienduizenden guldens per jaar weggooien. Is dat geer. zonde in deze tijd in het bijzonder? Maar niet alleen de omstandigheden dat hier geld verdient

wordt, is op zichzelf zo ontzettend belangrijk, als we! dat uit die afvalstoffen vitaminen gehaald worden voor de grond, die onontbeerlijk blijken te zijn voor iedere productieslag! Kunstmest, hoe mooi ook. maakt de grond op de duur arm, dood. En wanneer er nu van tijd tot tijd compost in de grond wordt gedaan, dan leeft hij weer op en wordt hij weer fris — gelijk een mens na een verkwikkend bad. En compost wordt uit dat vuil die viezigheid van den Haag gehaald. De boeren staan er eerst wat kopschuw tegenover, maar zij die eens compost hebben gebruikt, vragen er steeds maar weer om. Wel een bewijs dat compost bevalt. Maar gemakkelijk is het niet om dat product te krijgen, ondanks het feit dat hier 120.000 ton huis- en straatvifil per jaar komt. Zes a zeven procent gaat door het noodzakelijke verrottingsproces verloren. Betrekkelijk weinig dus, terwijl de verwachting is dat over afzienbare tijd ook die zes a zeven procent nog gebruikt kan worden. Van glles wordt natuurlijk geen compost gemaakt. IJzer wordt bij ijzer verzameld en gaat in pakken naar de hoogovens in IJmuiden, non ferro metalen vinden ook onmiddellijk aftrek, glas gaat naar de glasfabrieken, stenen worden gebruikt voor de aanleg van paden in bossen enz. Zoveel mogelijk wordt alles machinaal uitgezocht. Komt de trein met vuii aan, dan staat die op een hoog viaduct. De machinist haalt een handle over en ziet: alle zijkanten van de speciaal voor dit doel gemaakte wagons gaan open en de rommel stort naar beneden. Het vuil dat zich zo ophoopt tot een vastgestelde hoogte blijft hier enige maanden liggen, het rottingsproces wordt bevorderd door er geïnfecteerd water over te sproeien. Dit proces duurt in de winter vier maanden, in de zomer zes maanden. Uit deze massa wordt per jaar een 104.000 tor compost gewonnen. Nu gebleken is dat dit werf-: financieel verantwoord is en het land ten goedo komt, nu worden er maatregelen getroffen om op meer plaatsen dergelijke „fabrieken" te stichten. Men denkt o.m. aan Brabant. Hoe meer vuil op deze wijze verwerkt wordt, des te beter dat is. Daarenboven komen de plaatsen op deze manier gemakkelijk van het vuil af, want hevalt niet mee om geregeld maar weer stortplaatsen te vinden. Hier wreekt zich ook het feit dat ons land zo dicht bevolkt is. Maar afgezien daarvan, een gelukkig verschijnsel is dat de weten - schap in staat is om uit je reinste afval winst te halen, niet alleen voor de portemonnaie maar ook voor de grond. Groningen is ook een van de steden die steeds zoekt naar nieuwe stortplaatsen en die over enige tijd zijn vuil ook aan Wijster af zal staan. En hoe meer volgen des te beter dat is — in ieder opzicht.

„En Wijster vaart er wel bij."

Afvalproducten welke niet door een zeef gaan, worden door personeel gesorteerd aan een lopende band. Hier is echter het vuil afgespoeld, zodat er geen gevaar meer bestaat voor d; mannen.