is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Noorden in woord en beeld, 1949, no 8, 26-02-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Grillige spinachtige wezens zgn de „Odontoglossums", een orchideesoort uit de nieuwe wereld.:

EEN'kas met bloeiende orchideeën in de winter is inderdaad een sprookje achter glas. Een sprookje, dat echter al zorgvuldig bewaakt, gekoesterd werd lang voor het voor u en mij tot een sprookje werd. Honderden potten, etagegewijs opgesteld op houten rekken vragen dag in dag uit de volle aandacht van de kweker, maanden en jaren achtereen. Deze bloemenkoninginnen zijn nukkige wezens. Ze komen uit Amerika, van Java, van de Hymalaya. Sommige groeien op de grond, doch anderen voelen zich van huis uit thuis.. v in de toppen van de bomen en ze hebben dienovereenkomstig allemaal hun eigen wensen. Er zijn er die een vochtige atmosfeer vragen, en anderen die hun hoogste triomphen vieren bij een gewone droge huiskamertemperatuur. Er bestaan soorten die er een rustperiode op na houden — als herinnering aan het winterseizoen in het land van herkomst, terwijl anderen rustig en lustig doorgroeien. Maar wat allen wensen is toch een temperatuur die gedurende de wintermaanden ettelijke tonnen kolen vraagt. Ziedaar een gedeeltelijke verklaring van hun „kostbaarheid".

Jaren van zorg en opmerkzaamheid zijn nodig om een kruising tot stand te brengen tussen deze soorten. Niet alleen om de kleurenschoonheid van de een met de vormenschoonheid van de ander te verenigen, maar ook om zodoende in de gekruiste soort een vergrote bloeitijd te verkrijgen. In 't algemeen is een orchidee pas het vierde jaar bloeibaar. En al die tijd daarvoor vraagt het opgroeiende plantje verzorging, verwarming, verpotten, nieuwe grond op tijd zonder dat er enig zichtbaar resultaat in de vorm van bloemen tegenover staat. Van bloem tot zaad, en van zaad tot plant is bij orchideeën geen eenvoudige weg. Er zijn namelijk soorten, die daar zij zelf geen bladgroen vormen voor hun groei persé de hulp van bacterieën behoeven om te kunnen kiemen en verder te ontwikkelen. Andere soorten zijn ten dele op zulke bacterieën aangewezen en in alle geval op hun aanwezigheid gesteld. En al is dan het laatste woord nog niet over die hulp van bacterieën gesproken, de kweker moet met deze en dergelijke problemen wel degelijk rekening houden.

Dingen waarover je als leek je hoofd niet breekt, de kweker echter des te meer. Tot dat op zekere dag de eerste bloeistengels te voorschijn schuiven tussen de grillige bladeren en takken, en al maar meer zodat eindelijk weer onder de koude Novemberhemel in Aalsmeer een weelde van rose en wit, brons en goudgeel te bloeien staat. Op die dag beleeft ook de kweker zijn glorie aan een sprookje onder glas.

Een haag van orchideeën, een tropisch sprookje, in de kassen te Aalsmeer onder de zorgzame handen van de kweker gegroeid. 7