is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Noorden in woord en beeld, 1949, no 14, 09-04-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beste Jongens en Meisjes

Ik was laatst bij een mijnenruimcr. Je weet wel zon man. die overal dat gevaarlijke oorlogstuig opspoort en onschadelijk maakt. Die meneer had 25.000 landmijnen „geruimd"; bovendien nog tientallen vliegtuigbommen en karrevrachten granaten. Binnenkort vertel ik jullie wel eens hóé hij dat precies dcet, vandaag wil ik slechts wijzen op het feit, dat er nog zoveel oorlogstuig onder de mensen zit. Daar wist die mijnenruimer adembenemende staaltjes van te vertlelen. Wat te zeggen van de huisvader, die een échte granaat op zijn schrijftafel boven op een stapel papieren had staan, opdat die „pampieren" niet weg zullen waaien: het had niet veel gescheeld, of die mijnheer zelf was met al zijn papieren weggewaaid. Wat te zeggen van de jongensclub. die een heus machine-geweet, verborgen had of van dat jochie, waarbij men een geladen revolver tussen het speelgoed

vond. En hoe vaak heeft er niet in de krant gestaan, dat men die gevaarlijke spullen moest inleveren. Maar vele mensen — ook kinderen — vinden het leuk, die zaken, als herinnering, te bewaren, doch ze vergeten dat ze zodoende de dood in eigen huis halen.

Jongens en meisjes — en nu richt ik me vooral .tot de kinderen, die in streken wonen waar oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden — waarschuw politieagent of veldwachter als je dergelijke spullen nog in huis hebt, of weet waar nog munitie te vinden is. En wees maar niet bang, dat je straf krijgt omdat je zo laat met je aangifte bent, de politieman zal veel te blij zijn dat er weer wat minder van dat dodelijk goedje in omloop is. Stel een goede daad, en doe nog voor Pasen, wat je maar al te lang reeds hebt uitgesteld. Want al kun je van Paaseieren niet genoeg in huis hebben, als die Paaseieren van ijzer zijn en naar de minder lieflijke naam van handgranaat „luisteren", kun je die beter naar de Mokerhei wensen. En cp die Mokerhei, maken de stoere mannen, die al dit oorlogstuig ophalen, van die „Paaseieren", die bommen, mijnen en granaten een grote berg, en die laat men dan volgens de kunst, in eens „klappen".

Daar kan dat „Paasei" beter klappen. dan bij jou op de speelzolder... Dus: nooit spelen met oorlogstuig, beter: als je ooit (op wandeling b.v.) zevi gevaarlijk ding „tegenkomt", dan onmiddellijk bij de politie aangeven! Afgesproken? Prachtig! Tot de volgende week, tot... Pasen!

JEUGDREDACTEUR.

WAT DE POST BRACHT

Ad. Linnebank. komt erin! A. Spekking. Ik weet heus niet wat je tekening m*oet voorstellen. Enne.... je plaatje zag er erg vlekkerig uit. Binnenkort — als je weer werk mag insturen — nog maar eens overdoen. Een stevige hand voor jou! Joke WerWnan. Tjonge. Joke, wat zijn jullie met een prachtig stel! Ik zou je moeder wel eens graag willen zien, als ze met de middagpot doende is. Dat zal me 'n pan zijn! Marcus vraagt of je de groeten aan Miesje wilt doen; laat ze maar eens een prentbriefkaart sturen. Janny Maandag. „Eigenwijsje" komt er in. Jan Pruijs. Beste Jan, ik heb heus geen plaats. Oefen je maar goed, dan word je zeker een bolleboos. Jollie Eekma. Zo, was Trijntje erg blij met het boekje; da's fijn! Je tekening is wat slordig Jollie, dat kun je beter. Binnenkort hoor je wel, wanneer ik door mijn stapel ben. Wiebe Wiebenga. Beste Wiebe. Dat werken met O.I. inkt valt heus niet mee. hè? Komt er in, hoor! Bé Drenth. Voor je plaatje heb ik geen plaats, maar voor jou heb ik wél enkele woorden. Welkom, beste Bé! En 't is heus niet nodig, elke week een opstel te sturen. Stel je voor. het zou niet onze eigen pagina worden, maar ons eigen weekblad! Elize Wierenga. Tekening is heus niet kwaad, maar.... nagetekend. Dat zou maar een stijf prentje in ons blad worden. Nee, dan vind ik je opstelletje aardiger. Daar vertel je iets, wat je zelf meegemaakt hebt. en omdat je 't zelf meegemaakt hebt, vertel je het juist zo levendig. Dank voor je raadsels

Jac. v. Wyk. Dat is een leuk raadsel, zeg! De groeten aan de „peperbus"; ik heb gehoord dat ze haar gaan restaureren! Jan Tijs. Welkom! Voor je opstel maak ik een plaatsje vrij. Je plaatjes moet ik, jammer genoeg, laten vervallen. Doek? Boersma. Niet zo ongeduldig mijn beste jongen. Jij hebt heus geen klagen. Nog pas een tekening in ons blad gehad, over twee kolom (zoals wij dat noemen). Er zijn nog tientallen meisjes en jongens, die nog nooit in onze pagina „gestaan" hebben. Opstel en tekening, als van ouds in orde! Feliciteer je Aaltje nog even? Jenny den Hollander. Tekening te slordig, beste Jenny. En bij je raadsels, moet je in 't vervolg de oplossing plaatsen, dal doe ik toch ook altijd. Ik zoek me suf! Dag Jenny, niet boos zijn hoor! Edo Roelfsema. Beste Edo, je tekening is niet leuk genoeg! Jammer? Hoe was het feest van de gymnastiek-vereniging? Zeg, ga jij naar de snijschool? Wat is dat? Moet je kleermaker worden of.... dokter? Marcus laat je groeten. Marja Schothorst. Voor tekening zie boven. Je opstel is leuk! Toosje Persoon, Jammer dat men het gras voor je voeten heeft weggemaaid. De vorige week was er al zo'n taartverhaal. Dat komt er van als je verhaaltjes navertelt. Dag Toosje, neem jij ook maar een lekker gebakje, hoor! J. Schaafsma. Tjonge, wat heb jij een werk met je tekening gehad. Al die stipjes en al die kleurtjes; maar denk er om, die kleuren vallen op onze pagina weg hoor. Je tekening zal dus wel erg veel verliezen! Tini de Munnik. Beste Tini, doe me één lol, en ga vooral geen politieke

prenten tekenen. Laat dat maar aan de „grote" mensen over. Er zijn voor jullie toch honderden onderwerpen. In huis, op school, op de wandeling, bij het spel.... ik noem maar wat. Dag Tini. Aaldert Hollander. Niet lollig genoeg, beste Aaldert. Waarom je „schilderij" niet wat aangekleed met poppetjes, bootjes, enz. Johan van Kalker. Ik heb je vraag doorgegeven. Een pluim voor je duidelijke schrift. Antoon van Alphen. Mooi op tijd! Komt er in! Lydia Cassée. Ik zal je tekening tot Pasen bewaren! Dan maken we er maar een paashaas van! Marcus was erg ingenomen met je belangstelling. Gerrit Pijpstra. Voor 8 jaar heus niet kwaad! Komt er in. Wanneer? Dat zeg ik lekker niet! Ilidde v. d. Wal. Welkom! Tekening komt er in. Groeten aan heel Vorden! Meeuws Wilbrink. Als je het op je tekening had laten vriezen, en schaatsers op dat ijs getekend had, dan, ja dan.... Nu zegt je krabbeltje zo erg weinig. Meeuws, tot de volgende keer! Willy Meuleman. Nog ziek Willy? Zo ja: beterschap! Zo niet, proficiat! Prent komt er in. Tiria van Buuren is naar het park geweest en heeft daar later een tekening over gemaakt, beter: een verhaaltje over getekend. Hoe dat kan? Wel, dat kun je binnenkort in onze kunstgalerij zien!

Beste jongens en meisjes, stuur toch vooral nog geen tekeningen en opstellen. Hoswel ik niet meer bang ben te verdrinken (ik voel al grond) moet de zee van brieven en kaarten eerst drooggelegd worden! En nu? Nu ga ik de brand in mijn pijp steken. Poehh! Is me dat schrijven!

?£0tT&ü(S)G vo&LOE W) ESN FLINKEViK

DEI? PyLiNUflVt DOEL GETROFFEN

mreeco begon wy re zAtttf6^ : of FlEftBANOEN Wflt?ew WORROOffp.P

YWUELIEPIEÊG?

NOG FLAUW *AGW) ENKEZ.É N/O0|?gi)SCHIEYp-NO& KQ2.1&

1'OgN VlgL V-l'

j 1'OgN VlgL V-l'

Toeo» W owTwAQKïeWEEK W) IN \\€X (j E ' ZKHYÖJVAN £E<N)Gl?lE2EU

Wel eens van een palmpaasje gehoord? Ja? Dat is die prachtig versierde stok, waarmee de kinderen op Zondag voor Pasen door de straten drentelen. Vroeger was dit gebruik algemeen; tegenwoordig gebeurt dat nog slechts in enkele streken.

Hoe cfïe stok er uitzag? Wel, dat is erg verschillend. De kinderen van een bepaalde streek hebben wel allen dezelfde stok, maar elders, in een andere plaats, loopt men weer met een heel andere palmpaas.

Palm, Palmpasen, De koetjes die gaan grazen, De schaapjes in de wei, Als het Pasen is. Dan krijgen we een ei!

LET OP!

LET OP HET NUMMER VAN VOLGENDE WEEK! ER HANGEN WEER PRIJZEN IN DE LUCHT! ZEG HET VOORT!

neeoO ÏTeVi6^?IEJ?y Vouw WBY DO reKBto EN ,. — KIEU(?EE£N KAfVY )'N ^ KuiK£NT)&op " AA[)£op, utY, WZttTi EEN LEoKgr frAF£LV£t?$lÉf?IC\><J

Aan alle palmpaasjes is echter het inheems palmgroen verwerkt, die palm vind je veel als heg of versiering gebezigd. En verder is die palmpaas versierd met papieren slingers in alle kleuren, met vlaggetjes, terwijl er bovendien andere versierselen en lekkernijen, als sinaasappelen, suikeren ringen, krakelingen, aan bevestigd worden. En boven op de stok kwam dan, als bekroning, het haantje van brooddeeg, twee krenten dienden hem als ogen. En met die palmpaas, waarop hoog dat „Haantje-pik" troont, trokken de kinderen langs de huizen, luidkeels hun liedjes zingend. Ook die liedjes waren voor elke streek weer verschillend. Ik zal er nog een voor jullie opschrijven:

Haantien op 'n stokkien Bedelt om 'n brokkien. Bedelt om 'n stukkien brood Anders gaat mijn haantien dood!

Mientje M. schrijven dat haar poes Moortje niet groeien. Zij vragen mij wat te doen. Ik zou zeggen, elke dag een bordje lekkere pap, en zo nu en dan een brokje kattenbrood. Geen resultaat, dan gaan naar het Consultatiebureau (mijn baasje hebben dit woord even voorgeschreven) voor de kleine kindertjes, daar zullen ze ook wel iets van kleine poesjes weten. De groeten aan poes Mickey.

Milly van Eijsden hebben een poes met mooie naam, die heten Piotje, maarre. ... die kunnen niet schrijven! Wel als Milly haar pootje vasthouden. Domme Piotje, zeker niet naar de poesjesschool willen, maar wel in zon liggen bakken. Dat komen er van: Ik, Marcus, schrijven bijna zo mooi als baasje. Dag Milly, groeten voor Piotje en geef haar op 11 April maar een lekker visje, hebben zij óók feest.