is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Noorden in woord en beeld, 1949, no 16, 23-04-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beste jongens en meisjes

En hoe staat het met de prijsvraag? Heb je vader kunnen „kieken"? Nu, er zijn alle vele inzendingen binnen, en prof. Denkrimpel, de tekenaar en ik hebben ons danig vermaakt. Zelfs poes Marcus moest het zijne er van hebben. Ook hij is onmiddellijk daarop aan het schetsen geslagen, je moet namelijk weten, dat zijn vader een beroemde poes was, die op de zolder van een kaasboer „muisde". Wie weet krijgen we daarover binnenkort nog eens een plaatje op onze pagina, want de mooiste en lolligste tekeningen worden natuurlijk geplaatst. Dat is het wat ik over onze prijsvraag wilde zeggen. En dan jongens en meisjes, is het weer vacantie. Dat betekent voor jullie een leuke tijd van pretjes en pleziertjes, dat betekent voor moeder echter maar al te vaak erg veel werk en overlast. En dat mag niet; nooit mag je plezier hebben ten koste van een ander. Moeder heeft het toch al zo druk, is toch al zo moe in deze schoonmaaktijd, dat je haar niet nóg meer werk en last moogt aandoen. Dus speel en maak plezier zoveel je wilt, maar doe ook eens een boodschap voor moeder.

1EUGDREDACTEUR.

PROF. DENKRIMPEL

Jan Tiggers vraagt me: wat is een postbus? Luister'Jan. Bij jou thuis komt vaak de post, maar er zijn adressen waar de postbode nóg meer brieven brengt, grote stapels, b.v. bij winkels en kantoren. Er zijn maatschappijen waar de post elke dag wel honderd brieven zou moeten brengen; aan enkele van die adressen zou één postbode reeds de handen vol hebben. Wat heeft de P.T.T. toen tot die „gulzige afnemers "gezegd? Luister eens heren, mijn mensen zijn de hele dag met jullie brieven onderweg; wat zouden jullie ervan zeggen, als ik hier op het postkantoor voor ieder van jullie een eigen kastje liet plaatsen, waar ik jullie brieven in stopte. Na elke posttrein, die binnenkomt, stop ik daar jullie brieven in, en je moogt dit kastje zo vaak leeg halen als je zelf maar wilt.

Dat was voor vele firma's en maatschappijen, waar de brieven zo spoedig mogelijk opengemaakt, doorgelezen en beantwoord moeten worden een groot voordeel. En daarom hangt er op het postkantoor te Amsterdam een kastje met het nummer 497. Daar stopt de Amsterdamse P.T.T. al jullie brieven in, en dan komt een meneer van ons blad, die brieven daar enkele keren per dag weghalen, daartoe heeft hij van de P.T.T. een sleuteltje gekregen, dat alleen maar op dat kastje met nummer 497 past. Natuurlijk kost het huren van een dergelijk kastje geld, maar dat hebben de instellingen en mensen, die erg veel post krijgen, er graag voor over. Zo'n kastje nu, heet in het Engels postbox en in onze taal: postbus! Gesnopen?

WIE WEET HET?

5 RAADSELTJES

1. Hoe meer men er bijvoegt, hoe kleiner ik word. Hoe meer men er afdoet hoe groter ik word. Wie ben ik?

Bovenstaande tekening is van Cor van Leuven. Cor is 12 jaar en is leerling van de Mulo (le klas). Zijn vader schildert graag, en Cor heeft dan vaak toegekeken en zodoende veel geleerd. Vader heeft Cor echter niet geholpen. Ik geloof wel, dat jullie deze tekening mooi zulleti vinden. Dat is ze dan ook, zelfs die mo3ilijke bomen heeft Cor leuk en aardig behandeld. Eén opmerking: laat steeds goed zien hoe de zaken en dingen op of aan elkaar zitten. Zo is het precies of die „putwip" aan die recht-opstaande ba!k is vastgeplakt. Ook de schoorsteen zal wel iets te breed uitgevallen zijn (vergeiijk maar eens met de breedte van de deur). Maar dat zijn slechts kleine foutjes, die bij het vele goede geheel wegvallen.

2. Wie kan er hoger springen dan de Parijse Eiffeltoren?

3. Als je in Argentinië iemand tegenkomt, en je wilt wat vragen, welke taal kun je dan het beste spreken?

4. Wie kent er het netste dier van de wereld?

5. Wie eet, als regel, na de maaltijd?

jjeeua[oui

3a 'S '*PIZ ftq U1S51 U33 pftjIB 1J3311 aip luBiw 'ueen aa 't Ijsueeds '£ iuaSuuds gooquio laiu ueh uaaouaj -na asfuBd aa ipisaq-iooAliq Cif z :sno>( uaa ui }e3 uaa 'I :uap.iooAi}uv

WAT DE POST BRACHT

Janneke Molema van Delden

schrijft: „ik houd erg veel van tekenen; alleen zelf iets bedenken, want overtekenen vind ik saai werk." Zó is 't, Janneke en daarom komt je tekening, al ben je dan wel wat oud voor onze pagina, toch er in; misschien al de volgende week! Dank voor je hartelijk briefje, en de groeten aan alle meisjes van de 2de klas der H.B.S. * B. Drenth. Opstel ontvangen; voortaan een briefje er bij doen, hoor! * H. Fruithof. Tekening en opstel, keurig! Blij dat de verfdoos zo naar je zin was. Inmiddels is je wens — een nieuwe prijsvraag — reeds in vervulling gegaan. * Nel van Tussenbroek. Voor een meisje van 8 jaar dik in orde! Komt er in! Zoals je weet kan ik geen tekeningen terugsturen: wat je aan mij zendt ben je kwijt. Trouwens jij bent zó vlug met de tekenstift, dat kan voor jou geen bezwaar zijn. Groeten voor mijnheer van Wijngaerdt. * Berty Klinkers. Zo, ben jij thuis de oudste. Dat is een heel voorname positie, doe maar goed je best en neem moeder maar veel werk uit de handen. Dag Berty! * W. Vonk. Voor deze keer zal ik je tekening nog aannemen, maar in het vervolg aanvaard ik geen eigen werk meer, waarbij geen begeleidend briefje is.

Het is trouwens ook erg onbeleefd om zo maar een tekening in een enveloppe te stoppen. Bovendien wil ik altijd erg graag iets over mijn medewerksters weten, alsmede over de voorstelling, die op het tekenpapier is weergegeven. Dus moet je me altijd laten weten wat er zoal op de tekening te zien is en waarom je precies die bepaalde voorstelling koos. Dit geld niet alleen voor jou, maar voor alle kinderen. Dus beste Willem (heet je zo?) knoop dat maar in je kleine oortjes. * Nellie Spaans. Zo, is je vader groenteboer, ik dacht dat iedereen in Scheveningen visboer was. Hoe oud ik ben? Zeg ik lekker niet! Maar, dit mag ik je wel verklappen: ik woon niet in Amsterdam. Dus heb ik precies als jij, bij de troonswisseling, aan de radio „gehangen". Dank voor je babbelbriefje en groetjes voor Rietje, Greetje, Ziertje,, en de kleine Dini. * GREET van de Boogaard. Zie je wel, dat ik dat woordje „Greet", heel groot heb laten drukken. Nu kunnen alle kinderen meteen zien, dat je Greet heet, en niet Greetje genoemd wilt worden. Opstelletje komt er in. • Ook al vergeten een briefje er bij te doen, Willem Stoppels? Mag niet meer voorkomen hoor. * Leo Nissen, van hetzelfde laken een pak; zó kan ik je tekening niet gebruiken. * J. Norder. Tekening ontvangen, vraag doorgegeven. * Wim Meeder.

Inmiddels heeft je tekening al op Onze Eigen Pagina gestaan. Groeten aan de andere Meedertjes, en ik verwacht natuurlijk een dikke brief uit Rotterdam, want alle Meedertjes doen natuurlijk met de nieuwe prijsvraag mee. Wat zal die vader van jullie het moeten „kennen". * Jan Wassing. Tekening niet kwaad, maar niet voor reproductie geschikt: het resultaat zou een erg vaag prentje zijn. * Tonny ten Pierick. Tonny is op dezelfde dag jarig als ik, en dus komt mijn tekening er vast en zeker in, denkt Tonny. Niks hoor! Je hebt er wel wat al te vlug vanaf gemaakt. Zo staan de wieken verkeerd, en ik geloof nooit dat die molen zo'n rare kaboutermuts op heeft. Loopt je jongste zusje al? * „Frezia" is welkom! Ben je nu helemaal beter? Nee, het valt niet mee op bed te moeten schrijven, maar met die „hanepoten" liep het zo'n vaart niet, hoor! Je laatste zinnetje viel me anders erg tegen. „Frezia" schrijft daar: „morgen mag ik een uurtje naar beneden, maar ik vind 't in bed veel gezelliger". Geen luilakje worden, hoor! * A. Boeten. Zoals je zelf al dacht, is je vers wat te „geleerd" voor onze lezers. Verder nog een goede raad: zoek het niet in hoogdravende taal, maar schrijf en dicht in je eigen woorden. Sla daar onze moderne jonge dichters maar eens op na.

AFGETROEFD!

Jan: „Zie je daarginds in de verte die kerktoren?"

Piet: „Ja, wat zou dat?"

Jan: „Nu, ik heb zo'n scherp gezicht, dat ik een vlieg op de kleine wijzer van de klok zie lopen!"

Piet denkt even na en zegt: „En ik heb zo'n fijn gehoor, dat ik die vlieg hóór lopen!"

EIGEN WERK

LENTE

Nog een weinig aantal dagen en de winter is voorbij;

reeds verlangend zien wij uit naar een heerlijk lentetij.

En de boer die gaat weer zaaien op het zand en in de klei, vogeltjes gaan kwinkeleren op het bloempje zoemt een bij. De heerlijk lieve lentezon lokt ons buiten naar de hei, groepjes koeien grazen gulzig in de groene malse wei.

Veertien daagjes weer vacantie maakt ons opgeruimd en blij, kippen kaak'len, en zij geven ons weer elke dag een ei.

Antoon van Alphen.

Wat zal dit meisje een fqne vacantie hebben: ze is de eerste van haar klas! Tekening van Mariëtte de Kok.

SpOEDlG I3&GREEP HElN PAYHy op AANVOAS^W.--.

pfiV oem mm EMP COÉRS DE-AARDE Wlir PEN wtwoE sr&K>.

1 'J dachten, dat HE16> hen wgrgy helpee zou.heicjt)£ oeejp Al50f;£N LIEY HEW EEN OtïX2GGU)KeBIIJDEBOL'WEW^JE YJEEY \NEi- ZO'N Wipdeleelnatf " K anon? waarmee je gróte SXato&o> konYWEGSLlNGl&ffpN.HEiw hap echyer PlflW t?EBPS KL AAK.

op pa G waj het kflno^ gekee.d: morgen 2oo het eers T e schoy gel osr bool?t?EK)...

OEpEESWflfAL 6ESPflN<Veto!

MAAR'JfOACHYf KR«;p HEKV \N 9e"LEpE£J' VAN DEBUJPE, óooip^pë HEEN e»?ui óltJG "2BLp op DEPLAA-TT pe 5yee<v liggen:

Hy WU-P6 "Z.ICH QLVUf NAAI? DE Pöt?DE LGYEN SCH lègN