is toegevoegd aan je favorieten.

Het Noorden in woord en beeld, 1949, no 20, 21-05-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN BLINDDOEK

door John JSrooks

Hutton. „Waarom moeten zij nu juist spreken." Kolonel Jones leunde achterover in zijn stoel om dit punt nu eens haarfijn aan zijn Britse assistent uit te leggen — aardige kerel, alleen niet zo vlug van begrip.

„Hutton," zei Jones, „veronderstel eens, dat je een piloot bent. Laten wij zeggen een Amerikaanse piloot. Je bent in de mist boven Engeland de route kwijtgeraakt en je machine is in gevecht beschadigd. Je roept een controlepost op om met diens hulp de weg naar een basis terug te vinden. Wat hoor je dan liever.... een koele, zakelijke mannenstem of de volle, rijke, vriendelijke stem van een meisje uit Ohio, een stem, die je onmiddellijk drieduizend mijlen over zee voert?"

Hutton probeerde een glimlach te verbergen, maar dat mislukte.

„Misschien ben ik niet de rechte man aan wie U het moet vragen," zei hij toen. „Ik ben geen piloot en kom ook niet uit Ohio."

„Misschien ook niet," zei de kolonel op een toon, die duidelijk aangaf, dat hij dit punt bewezen achtte.

„Nu, Hutton, de controlepost zal worden gevestigd in de radiowagen. Ik wens, dat jij de inrichting ervan op je neemt."

„In de radiowagen?", riep Hutton uit. „Maar die is toch veel te klein. Er is daar geen ruimte om je te keren. Het zal verschrikkelijk onpractisch zijn. Waarom niet in een kamer? Er staan verschillende grote kamers leeg in het hoofdkwartier."

„Hutton," zei kolonel Jones. „Jij bent veel te nuchter. Je hebt totaal geen scheppende fantasie. Ik met mijn sterke verbeeldingskracht, ik voel, dat het contrölecentrum nergens anders moet zijn dan juist in die kleine radiowagen. Om dramatische redenen. Radio- en telefoonverbindingen met alle delen van het land en zelfs met de lucht erboven, dat alles in een simpele kleine

wagen. Denk toch eens aan. Daar, in die kleine ruimte van een paar vierkante meter, zullen Amerikaanse meisjes de mannen helpen hun weg 'te vinden door het troebele luchtruim". „Het klinkt eerder als een stuiversroman," zei Hutton.

„Hutton," vervolgde de kolonel en nu was zijn stem een eerbiedige fluistering, „weet je hoe het zal worden genoemd?.... We noemen het Radio City!"

Hutton haalde zijn schouders op, maar zei niets. Door de luidspreker klonken geluiden. Weer kwam een gesprek door tussen Britse piloten en kolonel Jones draaide zich snel om in zijn stoel om te luisteren.

r J\)EN de zenders uitgeschakeld werden en .slechts lage zoemtonen door de luidspreker kwamen wendde hij zich weer tot Hutton.

Om nu tot de hoofdzaak te komen," zei de kolonel, „is het waar, dat jij vroeger bij een krant hebt gewerkt?"

„Dat is al heel lang geleden", zei Hutton en glimlachte. Hij dacht aan 1938.

„Prachtig", zei de kolonel opgewekt, „jij wordt onze perschef Hutton. Je móet een pamflet schrijven, dat we op het hoofdkwartier zullen laten drukken en vervolgens zenden wij het aan iedere Amerikaanse piloot in het Verenigd Koninkrijk. Je hebt niet veel aan een contrölecentrum, totdat de vliegende kerels er gebruik van maken."

„Nee", zei Hutton.

„Het zal jouw taak zijn het aan de man te brengen, te verkopen", vervolgde Jones. „En wel op een grootse wijze. De piloten hebben geen flauw benul van richting bepalen via de radio. Vertel het ze. Geen technische beschouwingen. Vertel het recht aan Jan Soldaat. Laat ze weten wat wij en onze meisjes uit Ohio voor hen kunnen doen, als ze de weg kwijt zijn in dat dikke spul van

een smerige mist. Laat iedere piloot voelen: Dit ding werd opgezet, speciaal voor mij, om mijn leven te redden. Een reddende engel. Begrepen, Hutton? Vat je mijn stunt?"

„Ik vat het", zei Hutton onbewogen.

„Vertel ze, dat als ze volkomen uit de richting zijn en geen weg meer weten, dat ze dan alleen maar ons station hoeven op te roepen en wij zetten ze op de grond, op een dubbeltje als 't moet. Op een dubbeltje Hutton!"

„Dat kunnen wij niet doen, sir", zei Hutton snél. „Wij behoren de piloten in te lichten omtrent de mogelijkheden van de installatie. U weet ook wel, dat wij met die installatie geen vliegtuig dichter dan twee of drie vierkante mijl bij de plaats van bestemming kunnen brengen. Als wij ze vertellen, dat wij ze desnoods op een dubbeltje kunnen neerzetten, heb je kans, dat ze op een of andere heuvelrug terecht komen en in brand vliegen."

Weer leunde de kolonel terug in zijn stoel. Hij trok een welwillend gezicht en sprak alsof hij een achterlijke leerling iets doodeenvoudigs ging uitleggen.

„Dat denk ik niet," zei hij met een glimlach. „Je begrijpt nog niet goed wat ik bedoel, Hutton. Ik zal eens een voorbeeld noemen. Stel je voor, dat wij New York over de radio zouden aankondigen, dat een zeker soort zeep lippestiftvlekken uit kleren verwijdert. Jouw vrouw of de mijne protesteren beiden en zeggen, dat ze al van alles geprobeerd hebben en dat lippestiftvlekken niet te verwijderen zijn. Nog dezelfde week komen er bij de radiocentrale honderden brieven met dankbetuigingen binnen van mensen, die ons willen zeggen hoe blij ze zijn, dat wij ze van dit uitstekende product verteld hebben...."

„Daar weet ik niets van", mompelde Hutton. „Hier in Engeland hebben we de B.B.C. en die doet niet aan advertenties."

(Zie vervolg op pagina 23.)